Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

223 слов · страница 2 из 9

  • bekijkenA2неправильный

    bekeek · bekeken · hebben bekeken

    рассматривать, просматривать

    Wil je de foto's van de vakantie bekijken?

  • beschrijvenB1неправильный

    beschreef · beschreven · hebben beschreven

    описывать

    Kunt u beschrijven hoe de man eruitzag?

  • besluitenA2неправильный

    besloot · besloten · hebben besloten

    решать

    We hebben besloten te verhuizen.

  • besprekenB1неправильный

    besprak · bespraken · hebben besproken

    обсуждать

    Dat bespreken we morgen in de vergadering.

  • bestaanA1неправильный

    bestond · bestonden · hebben bestaan

    существовать

    Zo'n regel bestaat hier niet.

  • bestrijdenB2неправильный

    bestreed · bestreden · hebben bestreden

    оспаривать

    Hij bestrijdt die conclusie met cijfers.

  • betreffenB2неправильный

    betrof · betroffen · hebben betroffen

    касаться

    Deze brief betreft uw aanvraag voor huurtoeslag.

  • betrekkenB2неправильный

    betrok · betrokken · hebben betrokken

    вовлекать, привлекать

    De gemeente wil de bewoners bij het plan betrekken.

  • zich bevindenB2возвратныйнеправильный

    bevond · bevonden · hebben bevonden

    находиться (zich bevinden)

    De ingang bevindt zich aan de achterkant van het gebouw.

  • bewegenB1неправильный

    bewoog · bewogen · hebben bewogen

    двигаться

    Probeer elke dag genoeg te bewegen.

  • bewijzenB2неправильный

    bewees · bewezen · hebben bewezen

    доказывать

    De politie kan niet bewijzen dat hij de dief is.

  • zich bezighoudenB1отделяемыйвозвратныйнеправильный

    hield bezig · hielden bezig · hebben beziggehouden

    заниматься (чем-то)

    Zij houdt zich bezig met vrijwilligerswerk.

  • bezittenB2неправильный

    bezat · bezaten · hebben bezeten

    владеть, обладать

    Mijn ouders bezitten een klein huis aan zee.

  • bezoekenA2неправильный

    bezocht · bezochten · hebben bezocht

    посещать

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • biddenB1неправильный

    bad · baden · hebben gebeden

    молиться

    Mijn grootmoeder bidt elke avond voor het slapen.

  • biedenB1неправильный

    bood · boden · hebben geboden

    предоставлять

    De gemeente biedt hulp bij het zoeken naar werk.

  • bijkomenB1отделяемыйнеправильный

    kwam bij · kwamen bij · zijn bijgekomen

    приходить в себя

    Ik ben nog aan het bijkomen van de reis.

  • bindenB2неправильный

    bond · bonden · hebben gebonden

    связывать, привязывать

    Bind de fiets goed vast aan het hek.

  • blijkenB1неправильный

    bleek · bleken · zijn gebleken

    оказываться

    Het bleek dat niemand de sleutel had.

  • blijvenA1неправильный

    bleef · bleven · zijn gebleven

    оставаться

    Blijf je vanavond eten?

  • bradenB2неправильный

    braadde · braadden · hebben gebraden

    жарить

    Braad het vlees kort aan.

  • brekenA2неправильный

    brak · braken · hebben/zijn gebroken

    ломать; разбивать

    Ze is gevallen en heeft haar arm gebroken.

  • brengenA1неправильный

    bracht · brachten · hebben gebracht

    приносить, отвозить

    Ik breng de kinderen naar school.

  • deelnemenB1отделяемыйнеправильный

    nam deel · namen deel · hebben deelgenomen

    участвовать

    Iedereen kan aan de cursus deelnemen.

  • denkenA1неправильный

    dacht · dachten · hebben gedacht

    думать

    Ik denk dat het goed komt.