Словарь
796 слов · страница 19 из 32
nieuwA1
новый
Ik heb een nieuwe telefoon.
het nieuwsA1
новости
Ik volg het nieuws elke ochtend.
nodigA1
нужный
Ik heb je hulp nodig.
nogA1
ещё
Ik ben nog niet klaar.
nogmaalsA1
ещё раз
Nogmaals bedankt voor je hulp.
nooitA1
никогда
Ik drink nooit alcohol.
de nootA1
орех
Ik ben allergisch voor noten.
нота
Bij deze noot moet je het pedaal indrukken.
novemberA1
ноябрь
November is een donkere maand.
nuA1
сейчас
Ik heb nu geen tijd.
het nummerA1
номер
Wat is het nummer van je huis?
de ochtendA1
утро
In de ochtend drink ik koffie.
ofA1
или
Wil je thee of koffie?
oktoberA1
октябрь
In oktober vallen de bladeren.
de olijfA1
олива, маслина
Wil je olijven bij de borrel?
omA1
в (о времени); вокруг
De les begint elke dag om half negen.
чтобы (om … te)
Ik ga naar de bibliotheek om te studeren.
de omaA1
бабушка
Mijn oma woont in een klein dorp.
omdatA1
потому что
Ik kom niet, omdat ik moet werken.
onderA1
под
De doos staat onder het bed.
het onderzoekA1
обследование, исследование
Het onderzoek liet niets bijzonders zien.
ongeveerA1
примерно
Het duurt ongeveer een uur.
ontvangenA1неправильный
ontving · ontvingen · hebben ontvangen
получать; принимать (гостей)
Ik heb je bericht ontvangen.
ontwikkelenA1
ontwikkelde · hebben ontwikkeld
разрабатывать, развивать (что-то)
Het bedrijf ontwikkelt een nieuwe app.
zich ontwikkelenвозвратный
развиваться
Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo.
de ontwikkelingA1
развитие
Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
het oogA1
глаз
Er zit iets in mijn oog.
ookA1
тоже, также
Ik kom ook mee.

