Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

430 слов · страница 17 из 18

  • het waterA1

    вода

    Drink veel water op een warme dag.

  • de wedstrijdA1

    матч, соревнование

    De wedstrijd begint om drie uur.

  • de weekA1

    неделя

    Deze week werk ik thuis.

  • de weekdagA1

    будний день

    Op weekdagen sta ik vroeg op.

  • het weekendA1

    выходные

    In het weekend werk ik niet.

  • het weerA1

    погода

    Het weer verandert hier snel.


    снова, опять

    Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.

  • de wegA1

    дорога

    Deze weg gaat naar het centrum.

  • de wereldA1

    мир

    Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.

  • het werkA1

    работа

    Ik ga om acht uur naar mijn werk.

  • de wetA1

    закон

    Dat is bij wet verboden.

  • de winterA1

    зима

    De winter is hier nat en koud.

  • de woensdagA1

    среда

    Woensdag zijn de kinderen vrij.

  • de wondA1

    рана

    Maak de wond eerst schoon.

  • de woonkamerA1

    гостиная

    De woonkamer is het grootst.

  • het woordA1

    слово

    Ik ken dit woord nog niet.

  • de worstA1

    колбаса

    Bij de slager kocht ik worst.

  • de wortelA1

    морковь

    Doe de wortels in de soep.


    корень

    De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.

  • de yoghurtA1

    йогурт

    Ik eet yoghurt bij het ontbijt.

  • de zakA1

    карман; мешок

    Mijn sleutels zitten in mijn zak.

  • de zaterdagA1

    суббота

    Op zaterdag doe ik boodschappen.

  • de zeeA1

    море

    De zee is vandaag onrustig.

  • de zeepA1

    мыло

    Was je handen met zeep.

  • de ziekteA1

    болезнь

    Het is een ziekte die vaak voorkomt.

  • de zolderA1

    чердак

    De oude spullen liggen op zolder.

  • de zomerA1

    лето

    In de zomer gaan we naar het strand.