Словарь
4334 слов · страница 166 из 174
de werkopdrachtB1
рабочее задание
Ik kreeg een nieuwe werkopdracht van mijn leidinggevende.
het werkoverlegB1
рабочее совещание
Elke maandag is er werkoverleg.
het werkplanA2
план работы
We maken eerst een werkplan.
de werkplekA2
рабочее место
Mijn werkplek is bij het raam.
het werkplezierB1
удовольствие от работы
Werkplezier is net zo belangrijk als salaris.
de werkrelatieB1
рабочие отношения
Een goede werkrelatie maakt het werk prettiger.
het werkritmeB1
рабочий ритм
Na de vakantie moet ik mijn werkritme weer vinden.
het werkschemaB1
рабочий график
Mijn werkschema wisselt per week.
de werksfeerB1
рабочая атмосфера
De werksfeer op kantoor is prettig.
de werksituatieB1
рабочая ситуация
Beschrijf je huidige werksituatie.
het werkstukB1
письменная работа, проект (в школе)
Voor biologie moet ik een werkstuk over bijen maken.
de werktevredenheidB1
удовлетворённость работой
De werktevredenheid is gestegen na de reorganisatie.
de werktijdA2
рабочее время
Mijn werktijd is van acht tot vijf.
de werkverdelingB1
распределение работы
De werkverdeling is eerlijk geregeld.
de werkweekA2
рабочая неделя
Een werkweek is hier 36 uur.
westelijkB1
западный (географ.)
In het westelijke deel van het land wonen de meeste mensen.
het westenA2
запад
De zon gaat onder in het westen.
de wetA1
закон
Dat is bij wet verboden.
wetenA1неправильный
wist · wisten · hebben geweten
знать
Ik weet het niet.
de wetenschapA2
наука
De wetenschap is het hier niet over eens.
wetenschappelijkA2
научный
Er is wetenschappelijk bewijs voor deze aanpak.
de wetgevingB1
законодательство
De wetgeving op dit gebied is streng.
het wetsvoorstelB1
законопроект
Het wetsvoorstel is door de Tweede Kamer aangenomen.
wettelijkB1
законный, установленный законом
Er is een wettelijk minimumloon in Nederland.
het wezenB1
существо; сущность
Een hond is een trouw en vriendelijk wezen.

