Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

4334 слов · страница 161 из 174

  • vroegerA2

    раньше

    Vroeger woonde ik in een dorp.

  • vrolijkA2

    весёлый

    Zij is altijd vrolijk op haar werk.

  • de vrouwA1

    женщина

    De vrouw leest een boek.


    жена

    Mijn vrouw werkt bij de gemeente.

  • vrouwelijkB1

    женский

    Steeds meer vrouwelijke studenten kiezen voor techniek.

  • de vruchtB1

    плод

    De boom draagt elk jaar veel vruchten.

  • vuilA2

    грязный, запачканный

    Mijn schoenen zijn vuil van de modder.

  • vullenA2

    vulde · hebben gevuld

    наполнять

    Kun je de fles even met water vullen?

  • het vuurA2

    огонь

    We zaten 's avonds bij het vuur in de tuin.

  • het vuurwerkB1

    фейерверк

    Met oud en nieuw kijken we naar het vuurwerk.

  • waaienA2

    waaide · hebben gewaaid

    дуть (о ветре)

    Het waait vandaag zo hard dat ik niet ga fietsen.

  • waarA1

    где

    Waar woon je?

  • waardB1

    стоящий (стоит)

    Dit oude schilderij is veel geld waard.

  • de waardeA2

    стоимость, ценность

    De waarde van het huis is gestegen.

  • waarderenB1

    waardeerde · hebben gewaardeerd

    ценить

    Ik waardeer je eerlijkheid.

  • de waarderingB1

    признательность, оценка

    Hij kreeg veel waardering voor zijn werk.

  • waardevolB1

    ценный

    Zijn advies was waardevol.

  • waardigB1

    достойный

    Iedereen heeft recht op een waardig bestaan.

  • waardoorB1

    из-за чего, вследствие чего

    Het regende hard, waardoor de wedstrijd niet doorging.

  • de waarheidB1

    правда

    Je moet altijd de waarheid vertellen.

  • waarnemenB1отделяемыйнеправильный

    nam waar · namen waar · hebben waargenomen

    наблюдать, воспринимать; замещать

    Met een telescoop kun je verre sterren waarnemen.

  • waaromA1

    почему

    Waarom kom je niet?

  • waarschijnlijkA1

    вероятно

    Hij komt waarschijnlijk te laat.

  • waarschuwenB1

    waarschuwde · hebben gewaarschuwd

    предупреждать

    Ik had je nog gewaarschuwd.

  • de waarschuwingB1

    предупреждение

    Hij kreeg een waarschuwing omdat hij door rood fietste.

  • wachtenA2

    wachtte · hebben gewacht

    ждать

    Ik wacht al een half uur.