Словарь
4334 слов · страница 160 из 174
de vraagstellingB1
постановка вопроса
Let goed op de vraagstelling van de opdracht.
het vraagtekenB1
вопросительный знак
Achter elke vraag staat een vraagteken.
de vrachtwagenA2
грузовик
Een grote vrachtwagen staat midden op de straat.
vragenA1неправильный
vroeg · vroegen · hebben gevraagd
спрашивать
Mag ik iets vragen?
просить
Hij vraagt zijn buurman om hulp.
de vredeB1
мир (не война)
Iedereen wil in vrede en veiligheid leven.
vreemdA2
странный; чужой
Ik hoorde vannacht een vreemd geluid in de keuken.
de vreemdelingB1
незнакомец; иностранец (юр.)
Op het formulier staat de term vreemdeling voor iemand zonder Nederlandse nationaliteit.
vreselijkA2
страшный, жуткий
Ik had vreselijke hoofdpijn na het feest.
vrezenB1
vreesde · hebben gevreesd
опасаться, бояться
De boeren vrezen een droge zomer.
de vriendA1
друг
Hij is een goede vriend van mij.
парень, молодой человек
Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.
vriendelijkA2
дружелюбный, приветливый
De mensen in deze winkel zijn altijd erg vriendelijk.
de vriendinA1
подруга, девушка
Mijn vriendin komt uit Spanje.
de vriendschapA1
дружба
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
vriezenA2неправильный
vroor · vroren · hebben gevroren
морозить
Vannacht gaat het vriezen, dus pas op voor gladheid.
de vriezerA2
морозильник
Het brood ligt in de vriezer.
vrijA1
свободный
Is deze stoel vrij?
de vrijdagA1
пятница
Vrijdag werk ik thuis.
de vrijetijdsbestedingB1
проведение досуга
Sport is zijn favoriete vrijetijdsbesteding.
de vrijheidA2
свобода
Vrijheid van meningsuiting kent grenzen.
vrijkomenB1отделяемыйнеправильный
kwam vrij · kwamen vrij · zijn vrijgekomen
выходить на свободу; освобождаться
De gevangene komt volgende maand vrij.
vrijwelB1
практически, почти
Vrijwel iedereen in de klas heeft een telefoon.
vrijwilligB1
добровольный
Zij helpt vrijwillig in de bibliotheek van de wijk.
de vrijwilligerA2
волонтёр
Zij werkt als vrijwilliger bij de voedselbank.
het vrijwilligerswerkB1
волонтёрская работа
Zij doet vrijwilligerswerk in het buurthuis.
vroegA1
рано
Ik sta elke dag vroeg op.

