Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

444 слов · страница 16 из 18

  • verplaatsenA2

    verplaatste · hebben verplaatst

    переносить

    Kunnen we de afspraak verplaatsen?

  • verplegenB1

    verpleegde · hebben verpleegd

    ухаживать за больным

    Zij verpleegt haar zieke moeder thuis.

  • verrassenB1

    verraste · hebben verrast

    удивлять; делать сюрприз

    We willen mama verrassen met een taart.

  • verschijnenB1неправильный

    verscheen · verschenen · zijn verschenen

    появляться; выходить (о книге)

    Het nieuwe boek verschijnt volgende maand in de winkels.

  • verslaanB1неправильный

    versloeg · versloegen · hebben verslagen

    побеждать (кого-то)

    Ons team versloeg de kampioen met drie doelpunten.

  • zich verslapenA2возвратныйнеправильный

    versliep · versliepen · hebben verslapen

    проспать

    Ik heb me verslapen en kwam te laat.

  • verspreidenA2

    verspreidde · hebben verspreid

    распространять

    Het bericht werd snel verspreid.

  • versturenA2

    verstuurde · hebben verstuurd

    отправлять

    Verstuur het formulier voor vrijdag.

  • vertalenA2

    vertaalde · hebben vertaald

    переводить (текст)

    Kun je deze brief voor mij in het Engels vertalen?

  • vertellenA1

    vertelde · hebben verteld

    рассказывать

    Vertel eens, hoe was je dag?

  • vertrekkenA2неправильный

    vertrok · vertrokken · zijn vertrokken

    отправляться

    De trein vertrekt over vijf minuten.

  • vertrouwenA1

    vertrouwde · hebben vertrouwd

    доверять

    Ik vertrouw mijn buren, ze zijn altijd eerlijk.


    het vertrouwen

    доверие

    Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.

  • vervangenB1неправильный

    verving · vervingen · hebben vervangen

    заменять

    De monteur moet de kapotte lamp vervangen.

  • zich vervelenA2возвратный

    verveelde · hebben verveeld

    скучать

    De kinderen vervelen zich in de vakantie.

  • verwachtenA1

    verwachtte · hebben verwacht

    ожидать

    We verwachten hem om zes uur.

  • verwerkenB1

    verwerkte · hebben verwerkt

    усваивать, обрабатывать

    Je moet de stof eerst goed verwerken.

  • verwijderenB1

    verwijderde · hebben verwijderd

    удалять

    Je kunt oude berichten op je telefoon verwijderen.

  • verwijzenA2неправильный

    verwees · verwezen · hebben verwezen

    ссылаться

    De auteur verwijst naar eerder onderzoek.

  • verzamelenA2

    verzamelde · hebben verzameld

    коллекционировать, собирать

    Hij verzamelt oude postzegels.

  • verzettenA2

    verzette · hebben verzet

    переносить (встречу)

    Kunnen we de afspraak naar vrijdag verzetten?


    zich verzettenвозвратный

    сопротивляться, противиться

    Veel bewoners verzetten zich tegen het plan.

  • verzinnenB1неправильный

    verzon · verzonnen · hebben verzonnen

    придумывать, выдумывать

    Hij verzint altijd een smoes als hij te laat is.

  • verzoekenB1неправильный

    verzocht · verzochten · hebben verzocht

    просить (официально)

    Wij verzoeken u het formulier te ondertekenen.

  • verzorgenB1

    verzorgde · hebben verzorgd

    ухаживать за

    Zij verzorgt haar moeder thuis.

  • zich vestigenA2возвратный

    vestigde · hebben gevestigd

    поселиться, обосноваться

    Veel jonge gezinnen vestigen zich in deze wijk.

  • vierenA2

    vierde · hebben gevierd

    праздновать

    We vieren zaterdag de verjaardag van onze zoon.