Словарь
444 слов · страница 15 из 18
vallenA1неправильный
viel · vielen · zijn gevallen
падать
Pas op, je valt bijna.
приходиться (на дату)
Mijn verjaardag valt dit jaar op een zondag.
vangenB1неправильный
ving · vingen · hebben gevangen
ловить
Mijn zoon ving de bal met één hand.
vechtenB1неправильный
vocht · vochten · hebben gevochten
драться, бороться
De twee jongens vechten op het schoolplein.
veranderenA1
veranderde · hebben/zijn veranderd
менять(ся)
Er is veel veranderd dit jaar.
verantwoordenB1
verantwoordde · hebben verantwoord
обосновывать (решение)
Je moet je keuzes kunnen verantwoorden.
zich verantwoordenвозвратный
отчитываться, держать ответ
Hij moest zich verantwoorden tegenover de directie.
verbazenA2
verbaasde · hebben verbaasd
удивлять
Zijn reactie verbaasde iedereen.
verbergenB1неправильный
verborg · verborgen · hebben verborgen
прятать, скрывать
Het kind verbergt het cadeau onder zijn bed.
verbeterenA2
verbeterde · hebben/zijn verbeterd
улучшать(ся)
Mijn Nederlands is dit jaar verbeterd.
verbiedenA2неправильный
verbood · verboden · hebben verboden
запрещать
Roken is in het gebouw verboden.
verbindenB1неправильный
verbond · verbonden · hebben verbonden
соединять
Deze brug verbindt de twee delen van de stad.
verbrandenB1
verbrandde · hebben/zijn verbrand
сжигать; обжигать
Ik heb mijn hand aan de hete pan verbrand.
verdelenB1
verdeelde · hebben verdeeld
делить, распределять
We verdelen de kosten van het etentje eerlijk.
verdienenA1
verdiende · hebben verdiend
зарабатывать
Hoeveel verdien je per uur?
verdwijnenB1неправильный
verdween · verdwenen · zijn verdwenen
исчезать
Mijn sleutels zijn plotseling uit mijn tas verdwenen.
vergelijkenA2неправильный
vergeleek · vergeleken · hebben vergeleken
сравнивать
Vergelijk beide teksten met elkaar.
vergetenA1неправильный
vergat · vergaten · hebben vergeten
забывать
Ik ben mijn telefoon vergeten.
zich vergissenB1возвратный
vergiste · hebben vergist
ошибаться
Sorry, ik heb me vergist in de datum.
verhogenB1
verhoogde · hebben verhoogd
повышать
De huisbaas wil de huur volgend jaar verhogen.
verhuizenA2
verhuisde · zijn verhuisd
переезжать
We verhuizen volgende maand naar Rotterdam.
verkopenA1неправильный
verkocht · verkochten · hebben verkocht
продавать
Ze verkopen hier verse groente.
verlatenB1неправильный
verliet · verlieten · hebben verlaten
покидать
Wij verlaten het gebouw via de nooduitgang.
verliezenA2неправильный
verloor · verloren · hebben/zijn verloren
терять; проигрывать
Ons team heeft de wedstrijd met twee tegen één verloren.
verlopenB1неправильный
verliep · verliepen · zijn verlopen
истекать (о сроке); проходить
Mijn verblijfsvergunning is vorige maand verlopen.
vermijdenA2неправильный
vermeed · vermeden · hebben vermeden
избегать
Probeer de spits te vermijden.
veroorzakenB1
veroorzaakte · hebben veroorzaakt
вызывать, причинять
Roken kan op den duur veel ziektes veroorzaken.

