Словарь
2767 слов · страница 14 из 111
de bodemsoortB1
тип почвы
De bodemsoort bepaalt wat er kan groeien.
het boekA1
книга
Ik lees elke avond een boek.
de boerderijA2
ферма
Mijn oom woont op een boerderij met koeien en kippen.
de boeteB1
штраф
Ik heb een boete gekregen voor te hard rijden.
de bonA2
чек
Bewaar de bon voor de garantie.
штраф (квитанция)
Hij kreeg een bon omdat hij te hard reed.
de boodschapA2
послание, идея
De boodschap van de campagne is duidelijk.
de boodschappenA2
продукты, покупки
Ik doe zaterdag boodschappen.
het boodschappenlijstjeA2
список покупок
Ik maak altijd een boodschappenlijstje.
de boodschappentasA2
сумка для покупок
Neem je eigen boodschappentas mee.
de boomA2
дерево
Voor het huis staat een grote boom.
de boomsoortB1
порода деревьев
Welke boomsoort groeit hier het beste?
de boonA1
фасоль, боб
Er staan bonen op het menu.
de boordB1
борт (на борту)
Alle passagiers zijn nu aan boord van het vliegtuig.
boosA2
сердитый
Hij was boos op zijn collega.
het bordA1
тарелка
Zet de borden op tafel.
табличка, знак
Op het bord staat dat je hier niet mag parkeren.
de borgA2
залог
De borg krijg je later terug.
de borstA1
грудь
Hij voelt pijn op zijn borst.
het bosA2
лес
We wandelen graag in het bos.
de bos
букет, пучок
Hij kwam thuis met een bos bloemen voor zijn moeder.
het bosgebiedB1
лесной массив
Het bosgebied is beschermd.
de boterA1
масло
Doe wat boter op je brood.
de boterhamA1
бутерброд
Ik neem twee boterhammen mee.
de bouwB1
строительство
Mijn broer werkt al twintig jaar in de bouw.
bouwenA2
bouwde · hebben gebouwd
строить
Hier gaan ze honderd nieuwe woningen bouwen.
bovenA1
наверху, над
De slaapkamers zijn boven.
bovendienA2
кроме того
Het is duur en bovendien ver weg.

