Словарь
1768 слов · страница 13 из 71
de controleA2
контроль, осмотр
Over drie maanden komt u terug voor controle.
de controleafspraakB1
контрольный приём
Over drie maanden heb ik een controleafspraak.
de crisisB1
кризис
Door de crisis verloren veel mensen hun baan.
de cultuurA1
культура
Elke cultuur kent eigen omgangsvormen.
het cultuuraanbodB1
культурная программа
Het cultuuraanbod in de stad is groot.
de cursusB1
курс
Ik volg een cursus Nederlands.
het cursusaanbodB1
перечень курсов
Het cursusaanbod staat op de website.
het cursusgeldA2
плата за курс
Het cursusgeld betaal je vooraf.
de cursusleiderA2
руководитель курса
De cursusleider legt het programma uit.
het cvA2
резюме
Stuur je cv mee met de sollicitatie.
de dagA1
день
Elke dag ga ik naar mijn werk.
здравствуйте; до свидания
Dag mevrouw, kan ik u helpen?
het dagelijksA1
ежедневно
Ik oefen dagelijks een half uur.
het dakA2
крыша
Het dak lekt bij zware regen.
de dameA2
дама, женщина
De dame achter de balie helpt u graag verder.
de dansA2
танец
Op de bruiloft deed iedereen mee aan de dans.
de datumA1
дата
Wat is de datum van vandaag?
de deadlineA2
срок сдачи
De deadline is vrijdag.
het debatA2
дебаты
Het debat werd live uitgezonden.
decemberA1
декабрь
In december zijn er veel feestdagen.
het deelA1
часть
Het eerste deel van de cursus is klaar.
de deelnemerB1
участник
Elke deelnemer krijgt na de cursus een certificaat.
de deeltijdB1
неполный рабочий день
Ze werkt in deeltijd, drie dagen per week.
het dekbedA1
одеяло
In de winter gebruik ik een dik dekbed.
de democratieA2
демократия
In een democratie telt elke stem.
de deskundigheidB1
компетентность, экспертиза
Voor dit werk is veel deskundigheid nodig.

