Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

4334 слов · страница 123 из 174

  • sneeuwenA2

    sneeuwde · hebben gesneeuwd

    идти (о снеге)

    In december heeft het een paar dagen gesneeuwd.

  • snelA1

    быстрый

    Hij loopt heel snel.

  • de snelheidB1

    скорость

    De maximale snelheid op deze weg is tachtig.

  • de snelheidslimietB1

    ограничение скорости

    Binnen de bebouwde kom geldt een snelheidslimiet van 30.

  • de snelwegA2

    автомагистраль

    Op de snelweg mag je honderd.

  • snijdenA2неправильный

    sneed · sneden · hebben gesneden

    резать

    Snijd de groente in kleine stukjes.

  • de snijplankA2

    разделочная доска

    Snijd de groente op de snijplank.

  • het snoepA1

    конфеты, сладости

    Kinderen eten te veel snoep.

  • sociaalA1

    социальный, общительный

    Hij is heel sociaal en maakt snel contact.

  • de soepA1

    суп

    De soep is nog te heet.

  • soepelB1

    гладкий, без проблем; гибкий

    De overstap naar het nieuwe systeem verliep soepel.

  • de softwareB1

    программное обеспечение

    De nieuwe software werkt nog niet goed.

  • de sokA1

    носок

    Ik kan mijn sokken niet vinden.

  • de soldaatB1

    солдат

    Na de oorlog keerde de soldaat terug naar huis.

  • de sollicitatieA2

    заявка на работу

    Mijn sollicitatie is afgewezen.

  • de sollicitatiebriefB1

    сопроводительное письмо

    Schrijf een korte, duidelijke sollicitatiebrief.

  • het sollicitatiegesprekA2

    собеседование

    Ik heb morgen een sollicitatiegesprek.

  • solliciterenB1

    solliciteerde · hebben gesolliciteerd

    подавать заявление о приёме на работу

    Ik heb op drie vacatures gesolliciteerd.

  • somberA2

    унылый, подавленный

    In november voel ik me vaak somber.

  • sommigeA1

    некоторые

    Sommige winkels zijn zondag open.

  • somsA1

    иногда

    Soms neem ik de bus.

  • soortA1

    вид; сорт

    Deze soort staat op de rode lijst.

  • sorryA1

    извините

    Sorry, ik ben te laat.

  • het spaargeldA2

    сбережения

    We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.

  • het spaarplanB1

    план накоплений

    Ik heb een spaarplan voor de studie van mijn kinderen.