Словарь
4334 слов · страница 122 из 174
de slaapkamerA1
спальня
Wij hebben twee slaapkamers.
het slachtofferA1
пострадавший
Het slachtoffer is aanspreekbaar.
de slagB1
удар; битва; (за дело)
Na de vakantie ga ik meteen weer aan de slag.
slagenB1
slaagde · zijn geslaagd
сдать (экзамен)
Zij is voor het examen geslaagd.
удаться, получиться
De operatie is helemaal geslaagd.
de slagerA2
мясник, мясная лавка
Bij de slager is het vlees beter.
de slangB1
змея; шланг
In de dierentuin zag ik een lange gele slang.
slapenA1неправильный
sliep · sliepen · hebben geslapen
спать
Ik heb slecht geslapen.
slechtA1
плохой
Het weer is vandaag slecht.
slechtsB1
лишь, всего лишь
De cursus duurt slechts twee weken.
de sleutelA2
ключ
Ik ben mijn sleutel kwijt.
het sleutelbosA1
связка ключей
Mijn sleutelbos ligt op de kast.
slijtenB1неправильный
sleet · sleten · zijn gesleten
изнашиваться; проходить (о боли)
De zolen van mijn schoenen zijn snel gesleten.
slikkenB1
slikte · hebben geslikt
сглатывать
Zij slikte even voordat ze antwoordde.
slimA2
умный, сообразительный
Dat is een slim idee, zo besparen we tijd.
de slootB1
канава
Langs het weiland loopt een sloot.
slopenB1
sloopte · hebben gesloopt
сносить (здание)
De oude flat wordt volgend jaar gesloopt.
slordigB1
неряшливый, небрежный
Het rapport was slordig geschreven.
het slotB1
замок (на двери)
Doe de deur altijd op slot als je weggaat.
в заключение (tot slot)
Tot slot wil ik iedereen bedanken voor zijn komst.
sluitenA1неправильный
sloot · sloten · hebben gesloten
закрывать
De deur sluit automatisch.
de smaakA2
вкус
De smaak is een beetje zoet.
smakenA2
smaakte · hebben gesmaakt
быть на вкус
De soep smaakt heerlijk, mag ik nog een bord?
smalA2
узкий
De straat is te smal voor grote auto's.
de snackA2
перекус
Neem een gezonde snack mee.
snappenA2
snapte · hebben gesnapt
понимать (разг.)
Ik snap niet wat de docent bedoelt.
de sneeuwB1
снег
In Nederland valt weinig sneeuw.

