Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

4334 слов · страница 121 из 174

  • de seksB1

    секс

    In de les biologie praten ze ook over seks.

  • seksueelB1

    сексуальный, половой

    Op school krijgen jongeren les over seksuele gezondheid.

  • septemberA1

    сентябрь

    De school begint weer in september.

  • de serieA2

    сериал; серия

    Ik kijk elke avond een aflevering van mijn favoriete serie.

  • serieusB1

    серьёзный

    Is dit een grap of meen je het serieus?

  • serverenB1

    serveerde · hebben geserveerd

    подавать (еду)

    In dit café serveren ze de beste soep van de stad.

  • het servetA2

    салфетка

    Er liggen servetten op tafel.

  • de serviceA2

    обслуживание, сервис

    De service in deze winkel is altijd erg goed.

  • de servicekostenA2

    коммунальные сборы

    De servicekosten komen boven op de huur.

  • de sfeerB1

    атмосфера, настроение

    Op het feest was een gezellige sfeer.

  • het shirtA1

    рубашка, футболка

    Hij draagt een wit shirt.

  • de showA2

    шоу, представление

    De show begint om acht uur in het theater.

  • de sigaretA2

    сигарета

    Hij rookt nog maar twee sigaretten per dag.

  • het signaalB1

    сигнал

    Hoofdpijn kan een signaal zijn van te weinig slaap.

  • signalerenB1

    signaleerde · hebben gesignaleerd

    отмечать, выявлять; сигнализировать

    De huisarts signaleerde het probleem op tijd.

  • simpelA2

    простой (несложный)

    Het recept is heel simpel, je hebt maar drie dingen nodig.

  • de sinaasappelA1

    апельсин

    Ik pers elke ochtend een sinaasappel.

  • sindsA1

    с (какого-то времени)

    Ik woon hier sinds 2022.

  • sindsdienB1

    с тех пор

    Hij is in 2020 verhuisd en sindsdien woont hij in Breda.

  • de situatieA2

    ситуация

    Leg de situatie even uit.

  • de slaA1

    салат (листовой)

    Er ligt sla in de koelkast.

  • de slaafB1

    раб

    Een slaaf had vroeger geen enkele vrijheid of rechten.

  • slaanB1неправильный

    sloeg · sloegen · hebben geslagen

    бить, ударять

    Je mag een kind nooit slaan.

  • de slaapA1

    сон

    Ik heb te weinig slaap gehad.

  • het slaapgebrekA2

    недосып

    Door slaapgebrek kan ik me slecht concentreren.