Словарь
3699 слов · страница 114 из 148
de telefoonA1
телефон
Mijn telefoon is leeg.
het telefoongesprekB1
телефонный разговор
Na het telefoongesprek was alles duidelijk.
het telefoonnummerA1
номер телефона
Mag ik je telefoonnummer, dan bel ik je morgen?
teleurgesteldA2
разочарованный
Hij was teleurgesteld in het resultaat.
teleurstellenB1отделяемый
stelde teleur · hebben teleurgesteld
разочаровывать
Ik wil mijn ouders niet teleurstellen.
de televisieA1
телевизор
De televisie staat de hele dag aan.
telkensB1
каждый раз
Telkens als ik bel, is hij niet thuis.
tellenA1
telde · hebben geteld
считать
Kun je tot tien tellen in het Nederlands?
засчитываться, иметь значение
Deze oefening telt niet mee voor je eindcijfer.
de temperatuurB1
температура
De temperatuur daalt vannacht.
de temperatuurstijgingB1
рост температуры
De temperatuurstijging is duidelijk zichtbaar.
het tempoB1
темп
Het tempo van de cursus ligt hoog.
tenminsteB1
по крайней мере, во всяком случае
Hij komt morgen, tenminste dat zegt hij.
het tennisA2
теннис
Op woensdag speel ik tennis met mijn zus.
tenslotteB1
в конце концов, ведь
Wees niet boos, hij is tenslotte nog maar een kind.
de tentA2
палатка
We slapen deze zomer in een tent op de camping.
de tentoonstellingB1
выставка
In het museum is een nieuwe tentoonstelling.
terechtB1
обоснованный, справедливый
Je klacht is terecht, we lossen het meteen op.
terechtkomenB1отделяемыйнеправильный
kwam terecht · kwamen terecht · zijn terechtgekomen
попадать, оказываться
Mijn brief is bij de verkeerde buren terechtgekomen.
de termB1
термин
Wat betekent deze term in de economie?
de termijnB1
срок; часть платежа
Je kunt in termijnen betalen.
het terrasB1
терраса, летняя площадка
Bij mooi weer zitten we op het terras.
het terreinB1
территория, участок
Op het terrein van de fabriek mag je niet roken.
terugA1
обратно, назад
Ik ben om zes uur terug.
terugbellenB1отделяемый
belde terug · hebben teruggebeld
перезванивать
Kunt u mij vanmiddag terugbellen?
terugbetalenA2отделяемый
betaalde terug · hebben terugbetaald
возвращать (деньги)
Ik betaal je volgende week terug.

