Словарь
2767 слов · страница 103 из 111
wantA1
ведь, потому что (сочинительный)
Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
warmA1
тёплый, горячий
De soep is nog warm.
de wasdrogerA2
сушильная машина
In de winter gebruik ik de wasdroger.
het wasgoedA2
бельё (для стирки)
Het wasgoed hangt buiten te drogen.
de wasmachineA2
стиральная машина
De wasmachine is kapot.
de wasmandA1
корзина для белья
De vuile kleren liggen in de wasmand.
wassenA2неправильный
waste · wasten · hebben gewassen
стирать, мыть
Ik moet nog kleren wassen.
de wastafelA2
умывальник
De kraan van de wastafel lekt.
watA1
что
Wat doe je?
het waterA1
вода
Drink veel water op een warme dag.
de waterkwaliteitB1
качество воды
De waterkwaliteit van de rivier is verbeterd.
de wateroverlastB1
подтопление
Na de storm was er wateroverlast in de kelder.
het waterpeilB1
уровень воды
Het waterpeil in de polder wordt geregeld.
het waterschapB1
водное управление
Het waterschap beheert de dijken.
de waterstandB1
уровень воды
De waterstand in de rivier is hoog.
het waterverbruikB1
потребление воды
Ons waterverbruik is dit jaar gedaald.
de webshopA2
интернет-магазин
Ik bestel het liever in een webshop.
de websiteA2
веб-сайт
De website van de gemeente is vernieuwd.
de wedstrijdA1
матч, соревнование
De wedstrijd begint om drie uur.
de weekA1
неделя
Deze week werk ik thuis.
de weekdagA1
будний день
Op weekdagen sta ik vroeg op.
het weekeindeB1
выходные (книжн.)
Wat zijn jullie plannen voor het komende weekeinde?
het weekendA1
выходные
In het weekend werk ik niet.
het weerA1
погода
Het weer verandert hier snel.
снова, опять
Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.
het weeralarmB1
штормовое предупреждение
Het KNMI gaf een weeralarm af.

