Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

55 слов · страница 1 из 3

  • zachtA1

    мягкий

    Dit kussen is lekker zacht.


    тихий, негромкий (о звуке)

    Praat wat zachter, de kinderen slapen al.

  • de zakA1

    карман; мешок

    Mijn sleutels zitten in mijn zak.

  • de zalfA2

    мазь

    Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.

  • de zaterdagA1

    суббота

    Op zaterdag doe ik boodschappen.

  • het zebrapadA2

    пешеходный переход

    Steek over bij het zebrapad.

  • de zeeA1

    море

    De zee is vandaag onrustig.

  • de zeepA1

    мыло

    Was je handen met zeep.

  • zeggenA1неправильный

    zei · zeiden · hebben gezegd

    говорить, сказать

    Wat zei je?

  • zekerA1

    уверенный, точно

    Weet je dat zeker?

  • zeldenA2

    редко

    Ik ga zelden naar de bioscoop.

  • zelfA1

    сам

    Dat heb ik zelf gemaakt.

  • zenuwachtigA2

    нервничающий

    Ik ben zenuwachtig voor het examen.

  • zesA1

    шесть

    We eten om zes uur.

  • zestigA1

    шестьдесят

    Mijn vader is zestig geworden.

  • zettenA1

    zette · hebben gezet

    ставить

    Zet de stoel bij het raam.

  • zevenA1

    семь

    Een week heeft zeven dagen.

  • zeventigA1

    семьдесят

    Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.

  • ziekA1

    больной

    Ik ben vandaag ziek.

  • het ziekenhuisA2

    больница

    Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.

  • zich ziekmeldenA2отделяемыйвозвратный

    meldde ziek · hebben ziekgemeld

    сообщить о больничном

    Je moet je voor negen uur ziekmelden.

  • de ziekteA1

    болезнь

    Het is een ziekte die vaak voorkomt.

  • zienA1неправильный

    zag · zagen · hebben gezien

    видеть

    Ik zie je morgen.

  • de zijdeA2

    шёлк

    De sjaal is van zijde.


    сторона

    Aan de andere zijde van de straat staat een apotheek.

  • zijnA1неправильный

    was · waren · zijn geweest

    быть

    Ik ben blij dat je er bent.


    его (притяжательное)

    Peter pakt zijn jas en loopt naar buiten.

  • de zinA2

    предложение (грамм.)

    Schrijf een zin met het woord 'huis'.


    желание (zin hebben)

    Ik heb geen zin om vandaag te koken.