Словарь
8 слов · страница 1 из 1
zelfA1
сам
Dat heb ik zelf gemaakt.
zesA1
шесть
We eten om zes uur.
zestigA1
шестьдесят
Mijn vader is zestig geworden.
zevenA1
семь
Een week heeft zeven dagen.
zeventigA1
семьдесят
Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.
zijnA1неправильный
was · waren · zijn geweest
быть
Ik ben blij dat je er bent.
его (притяжательное)
Peter pakt zijn jas en loopt naar buiten.
zoA1
так
Doe het zo.
zonderA1
без
Koffie zonder suiker, alstublieft.

