Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

28 слов · страница 1 из 2

  • vallenA1неправильный

    viel · vielen · zijn gevallen

    падать

    Pas op, je valt bijna.


    приходиться (на дату)

    Mijn verjaardag valt dit jaar op een zondag.

  • vangenB1неправильный

    ving · vingen · hebben gevangen

    ловить

    Mijn zoon ving de bal met één hand.

  • vechtenB1неправильный

    vocht · vochten · hebben gevochten

    драться, бороться

    De twee jongens vechten op het schoolplein.

  • verbergenB1неправильный

    verborg · verborgen · hebben verborgen

    прятать, скрывать

    Het kind verbergt het cadeau onder zijn bed.

  • verbiedenA2неправильный

    verbood · verboden · hebben verboden

    запрещать

    Roken is in het gebouw verboden.

  • verbindenB1неправильный

    verbond · verbonden · hebben verbonden

    соединять

    Deze brug verbindt de twee delen van de stad.

  • verdwijnenB1неправильный

    verdween · verdwenen · zijn verdwenen

    исчезать

    Mijn sleutels zijn plotseling uit mijn tas verdwenen.

  • vergelijkenA2неправильный

    vergeleek · vergeleken · hebben vergeleken

    сравнивать

    Vergelijk beide teksten met elkaar.

  • vergetenA1неправильный

    vergat · vergaten · hebben vergeten

    забывать

    Ik ben mijn telefoon vergeten.

  • verkopenA1неправильный

    verkocht · verkochten · hebben verkocht

    продавать

    Ze verkopen hier verse groente.

  • verlatenB1неправильный

    verliet · verlieten · hebben verlaten

    покидать

    Wij verlaten het gebouw via de nooduitgang.

  • verliezenA2неправильный

    verloor · verloren · hebben/zijn verloren

    терять; проигрывать

    Ons team heeft de wedstrijd met twee tegen één verloren.

  • verlopenB1неправильный

    verliep · verliepen · zijn verlopen

    истекать (о сроке); проходить

    Mijn verblijfsvergunning is vorige maand verlopen.

  • vermijdenA2неправильный

    vermeed · vermeden · hebben vermeden

    избегать

    Probeer de spits te vermijden.

  • verschijnenB1неправильный

    verscheen · verschenen · zijn verschenen

    появляться; выходить (о книге)

    Het nieuwe boek verschijnt volgende maand in de winkels.

  • verslaanB1неправильный

    versloeg · versloegen · hebben verslagen

    побеждать (кого-то)

    Ons team versloeg de kampioen met drie doelpunten.

  • zich verslapenA2возвратныйнеправильный

    versliep · versliepen · hebben verslapen

    проспать

    Ik heb me verslapen en kwam te laat.

  • vertrekkenA2неправильный

    vertrok · vertrokken · zijn vertrokken

    отправляться

    De trein vertrekt over vijf minuten.

  • vervangenB1неправильный

    verving · vervingen · hebben vervangen

    заменять

    De monteur moet de kapotte lamp vervangen.

  • verwijzenA2неправильный

    verwees · verwezen · hebben verwezen

    ссылаться

    De auteur verwijst naar eerder onderzoek.

  • verzinnenB1неправильный

    verzon · verzonnen · hebben verzonnen

    придумывать, выдумывать

    Hij verzint altijd een smoes als hij te laat is.

  • verzoekenB1неправильный

    verzocht · verzochten · hebben verzocht

    просить (официально)

    Wij verzoeken u het formulier te ondertekenen.

  • vindenA1неправильный

    vond · vonden · hebben gevonden

    находить; считать

    Ik kan het niet vinden.

  • vliegenA2неправильный

    vloog · vlogen · hebben/zijn gevlogen

    летать, лететь

    We vliegen volgende week naar Marokko.

  • voorkomenA1отделяемыйнеправильный

    kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen

    встречаться, случаться

    Dat probleem komt hier vaak voor.