Словарь
25 слов · страница 1 из 1
vegetarischA2
вегетарианский
Hebben jullie ook vegetarische gerechten?
veiligA1
безопасный
Werk altijd veilig met deze machine.
verantwoordelijkA2
ответственный
Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen afval.
verbaasdA2
удивлённый
Ik was verbaasd over zijn antwoord.
verdrietigA2
грустный
Zij was verdrietig na het nieuws.
vergelijkbaarA2
сопоставимый
De prijzen zijn vergelijkbaar.
verkeerdA2
неправильный, не тот
Sorry, ik heb het verkeerde nummer gebeld.
verkoudenA2
простуженный
Ik ben een beetje verkouden.
verlegenA2
застенчивый
Hij is nogal verlegen bij nieuwe mensen.
verloofdA1
помолвленный
Ze zijn sinds vorige maand verloofd.
versA2
свежий
Dit brood is niet meer vers.
het vers
стих, строфа
Het gedicht bestaat uit vier verzen van elk vier regels.
verschillendA1
различный
We hebben verschillende opties bekeken.
verschrikkelijkA2
ужасный
Het weer was op vakantie echt verschrikkelijk.
vierkantA1
квадратный
Het plein is bijna vierkant.
viesA1
грязный
Je schoenen zijn vies.
противный, невкусный (о вкусе, запахе)
Deze medicijnen smaken behoorlijk vies.
volA1
полный
De bus is helemaal vol.
volgendA1
следующий
Volgende week begin ik met de cursus.
volwassenA2
взрослый
Mijn kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf.
vorigA1
прошлый, предыдущий
Vorig jaar woonde ik nog in Polen.
vreemdA2
странный; чужой
Ik hoorde vannacht een vreemd geluid in de keuken.
vreselijkA2
страшный, жуткий
Ik had vreselijke hoofdpijn na het feest.
vriendelijkA2
дружелюбный, приветливый
De mensen in deze winkel zijn altijd erg vriendelijk.
vrijA1
свободный
Is deze stoel vrij?
vroegA1
рано
Ik sta elke dag vroeg op.
vrolijkA2
весёлый
Zij is altijd vrolijk op haar werk.

