Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

277 слов · страница 9 из 12

  • de voedingB1

    питание

    Gezonde voeding is belangrijk.

  • het voedingsadviesB1

    рекомендации по питанию

    De diëtist gaf mij voedingsadvies.

  • het voedingsmiddelA2

    пищевой продукт

    Sommige voedingsmiddelen bevatten veel zout.

  • de voedingswaardeA2

    пищевая ценность

    De voedingswaarde staat op de verpakking.

  • het voedselA2

    продовольствие, пища

    Er wordt veel voedsel weggegooid.

  • voelenA1

    voelde · hebben gevoeld

    чувствовать (что-то)

    Ik voel de wind in mijn gezicht.


    zich voelenвозвратный

    чувствовать себя

    Ik voel me vandaag beter.

  • voerenB1

    voerde · hebben gevoerd

    вести (разговор); кормить

    Gisteren voerden we een lang gesprek over de toekomst.


    кормить (животных)

    Mijn dochter voert elke ochtend de konijnen in de tuin.

  • de voetA1

    ступня

    Mijn voet doet zeer.

  • het voetbalA1

    футбол

    Op zaterdag kijkt mijn vader altijd voetbal op tv.

  • de voetbalclubA2

    футбольный клуб

    Mijn zoon is lid van de voetbalclub in ons dorp.

  • voetballenA1

    voetbalde · hebben gevoetbald

    играть в футбол

    De kinderen voetballen na school op het plein.

  • de vogelB1

    птица

    In de tuin zitten veel vogels.

  • de voicemailB1

    голосовая почта

    Ik heb een bericht op je voicemail ingesproken.

  • volA1

    полный

    De bus is helemaal vol.

  • voldoendeB1

    достаточный; удовлетворительно

    Voor dit examen heb je een voldoende nodig.

  • volgenA2

    volgde · hebben/zijn gevolgd

    следовать; посещать (курс)

    Ik volg een cursus Nederlands bij de bibliotheek.

  • volgendA1

    следующий

    Volgende week begin ik met de cursus.

  • volgensA2

    по словам, согласно

    Volgens de dokter moet ik meer bewegen.

  • het volkB1

    народ

    Het volk kiest elke vier jaar een nieuw parlement.

  • volledigB1

    полный; полностью

    Vul het formulier volledig en duidelijk in.

  • volwassenA2

    взрослый

    Mijn kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf.

  • voorA1

    для; перед

    Dit cadeau is voor jou.

  • vooralA1

    особенно, главным образом

    Ik oefen vooral spreken.

  • het voorbeeldA2

    пример

    Kun je een voorbeeld geven?

  • voorbereidenA2отделяемый

    bereidde voor · hebben voorbereid

    готовить (что-то)

    We bereiden de vergadering samen voor.


    zich voorbereidenвозвратный

    готовиться

    Ik bereid me voor op het examen.