Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

277 слов · страница 5 из 12

  • het verledenB1

    прошлое

    In het verleden woonden hier vooral boeren.

  • verlegenA2

    застенчивый

    Hij is nogal verlegen bij nieuwe mensen.

  • het verliesB1

    потеря; убыток

    Het bedrijf maakte vorig jaar verlies.

  • verliezenA2неправильный

    verloor · verloren · hebben/zijn verloren

    терять; проигрывать

    Ons team heeft de wedstrijd met twee tegen één verloren.

  • de verlofdagB1

    отгул

    Ik neem morgen een verlofdag op.

  • verloofdA1

    помолвленный

    Ze zijn sinds vorige maand verloofd.

  • verlopenB1неправильный

    verliep · verliepen · zijn verlopen

    истекать (о сроке); проходить

    Mijn verblijfsvergunning is vorige maand verlopen.

  • vermijdenA2неправильный

    vermeed · vermeden · hebben vermeden

    избегать

    Probeer de spits te vermijden.

  • veroorzakenB1

    veroorzaakte · hebben veroorzaakt

    вызывать, причинять

    Roken kan op den duur veel ziektes veroorzaken.

  • de verpakkingA2

    упаковка

    De verpakking is van karton.

  • verplaatsenA2

    verplaatste · hebben verplaatst

    переносить

    Kunnen we de afspraak verplaatsen?

  • het verpleeghuisB1

    дом престарелых с уходом

    Zijn moeder woont sinds vorig jaar in een verpleeghuis.

  • de verpleegkundigeA2

    медсестра, медбрат

    De verpleegkundige komt zo bij u.

  • de verpleegsterA2

    медсестра

    De verpleegster brengt elke ochtend mijn medicijnen.

  • verplegenB1

    verpleegde · hebben verpleegd

    ухаживать за больным

    Zij verpleegt haar zieke moeder thuis.

  • de verplegerA2

    медбрат

    De verpleger helpt de patiënt uit bed.

  • de verplegingB1

    уход медсестёр

    De verpleging op deze afdeling is goed.

  • verplichtB1

    обязательный

    Deelname is niet verplicht.

  • de verplichtingB1

    обязательство

    Deelname brengt ook verplichtingen met zich mee.

  • verrassenB1

    verraste · hebben verrast

    удивлять; делать сюрприз

    We willen mama verrassen met een taart.

  • de verrassingA2

    сюрприз, неожиданность

    Het feest voor haar verjaardag was een grote verrassing.

  • versA2

    свежий

    Dit brood is niet meer vers.


    het vers

    стих, строфа

    Het gedicht bestaat uit vier verzen van elk vier regels.

  • verschijnenB1неправильный

    verscheen · verschenen · zijn verschenen

    появляться; выходить (о книге)

    Het nieuwe boek verschijnt volgende maand in de winkels.

  • het verschilA2

    разница

    Wat is het verschil tussen deze twee?

  • verschillendA1

    различный

    We hebben verschillende opties bekeken.