Словарь
500 слов · страница 15 из 20
het virusA2
вирус
Het virus verspreidt zich via de lucht.
de visA1
рыба
Op vrijdag eten we vaak vis.
de visiteB2
гости, визит
We hebben zondag visite.
de visserB2
рыбак
De vissers varen om vier uur uit.
de vitamineA2
витамин
In de winter slik ik extra vitamine D.
de vlaA1
ванильный десерт
Als toetje eten we vla.
de vlagA2
флаг
Op Koningsdag hangt overal de Nederlandse vlag.
de vlaggendagB2
официальный день флага
Op een officiële vlaggendag hangt de vlag uit.
vlakB1
плоский, ровный
Nederland is een erg vlak land.
совсем (рядом)
De bushalte is vlak bij mijn huis.
het vleesA1
мясо
Zij eet geen vlees.
vliegenA2неправильный
vloog · vlogen · hebben/zijn gevlogen
летать, лететь
We vliegen volgende week naar Marokko.
het vliegtuigA2
самолёт
Het vliegtuig vertrekt om zeven uur.
de vloedB2
прилив
Bij vloed staat het water tot de dijk.
de vloerA1
пол
De vloer is nog nat.
de vloerbedekkingB2
напольное покрытие
De vloerbedekking wordt vervangen door hout.
de vloerverwarmingA2
тёплый пол
In de badkamer ligt vloerverwarming.
de vluchtA2
рейс, полёт; бегство
Onze vlucht naar Istanbul heeft twee uur vertraging.
de vluchtelingA2
беженец
De gemeente vangt vluchtelingen op.
het vluchtelingenverdragB2
конвенция о беженцах
Het vluchtelingenverdrag dateert uit 1951.
de vluchtrouteB2
путь эвакуации
De vluchtroute staat op het plattegrondje.
de vluchtstrookB1
аварийная полоса
Sta alleen op de vluchtstrook bij pech.
de voedingB1
питание
Gezonde voeding is belangrijk.
het voedingsadviesB1
рекомендации по питанию
De diëtist gaf mij voedingsadvies.
het voedingsmiddelA2
пищевой продукт
Sommige voedingsmiddelen bevatten veel zout.
de voedingsstofB2
питательное вещество
Groente bevat veel waardevolle voedingsstoffen.

