Словарь
158 слов · страница 1 из 7
de taakA2
задача
Dat is niet mijn taak.
de taakomschrijvingA2
описание обязанностей
Dat staat niet in mijn taakomschrijving.
de taakstellingB1
поставленная задача
De taakstelling voor dit jaar is ambitieus.
de taakverdelingB1
распределение обязанностей
We maken een duidelijke taakverdeling.
de taalA1
язык
Nederlands is een moeilijke taal.
de taalcursusB1
языковой курс
Ik volg een taalcursus in het buurthuis.
de taaleisB1
языковое требование
Er geldt een taaleis van niveau B1.
het taalexamenB1
языковой экзамен
Het taalexamen bestaat uit vier onderdelen.
de taalfoutB1
языковая ошибка
In je brief staan een paar taalfouten.
taalgevoelB1
языковое чутьё
Na een jaar krijg je meer taalgevoel.
de taallesA2
урок языка
Ik heb twee keer per week taalles.
het taalniveauB1
уровень языка
Voor die opleiding heb je taalniveau B1 nodig.
de taaltoetsA2
языковой тест
Voor de cursus doe je eerst een taaltoets.
de taalvaardigheidB1
владение языком
Je taalvaardigheid gaat snel vooruit.
de taartA1
торт
Op mijn verjaardag maak ik een taart.
de tabelB1
таблица
In de tabel zie je de prijzen per maand.
tachtigA1
восемьдесят
Mijn oma is tachtig jaar.
de tafelA1
стол
Het eten staat op tafel.
de takenlijstA2
список задач
Ik werk mijn takenlijst af.
het takenpakketB1
круг обязанностей
Mijn takenpakket is dit jaar uitgebreid.
het talentB1
талант
Mijn dochter heeft talent voor tekenen.
de tandA1
зуб
Er is een tand afgebroken.
de tandartsA2
стоматолог
Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.
de tandenborstelA1
зубная щётка
Vergeet je tandenborstel niet.
tankenB1
tankte · hebben getankt
заправляться
Ik moet nog even tanken.

