Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

20 слов · страница 1 из 1

  • taalgevoelB1

    языковое чутьё

    Na een jaar krijg je meer taalgevoel.

  • technischB1

    технический

    Zij volgt een technische opleiding op het mbo.

  • tegelijkA2

    одновременно

    Praat niet allemaal tegelijk.

  • telefonischB2

    по телефону

    U krijgt telefonisch bericht.

  • teleurgesteldA2

    разочарованный

    Hij was teleurgesteld in het resultaat.

  • teleurstellendB2

    разочаровывающий

    De opkomst was teleurstellend.

  • tengerB2

    хрупкий (о телосложении)

    Zij is tenger gebouwd.

  • terechtB1

    обоснованный, справедливый

    Je klacht is terecht, we lossen het meteen op.

  • terneergeslagenB2

    подавленный

    Hij zat terneergeslagen in de wachtkamer.

  • terughoudendB2

    сдержанный

    De minister reageerde terughoudend.

  • tevredenA2

    довольный

    Zij is tevreden met het resultaat.

  • theoretischB2

    теоретический

    Theoretisch klopt het, maar in de praktijk niet.

  • tijdelijkB1

    временный

    Ik heb een tijdelijk contract voor zes maanden.

  • totaalB1

    общий, итоговый

    Het totale bedrag is vijftig euro.

  • traditioneelB1

    традиционный

    Op feestdagen eten we een traditioneel gerecht.

  • troostendB2

    утешительный

    Zij zei iets troostends.

  • trotsA1

    гордый; гордость

    Ze is trots op wat ze bereikt heeft.

  • trouwB2

    верный, преданный

    Onze hond is erg trouw aan de familie.

  • tweedehandsA2

    подержанный

    Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.

  • typischA2

    типичный

    Dat is typisch Nederlands.