Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

158 слов · страница 4 из 7

  • de theeA1

    чай

    Ik drink liever thee dan koffie.

  • het themaB1

    тема (общая)

    Het thema van de les is wonen in Nederland.

  • de theorieA2

    теория

    In theorie klopt het, in de praktijk niet.

  • de therapieB1

    терапия

    Hij volgt therapie na het ongeluk.

  • de thermometerA2

    градусник

    Meet even met de thermometer.

  • de thermostaatA2

    термостат

    Zet de thermostaat op negentien graden.

  • het thuisA1

    дома

    Vandaag werk ik thuis.

  • thuisblijvenA2отделяемыйнеправильный

    bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven

    оставаться дома

    Ik blijf vandaag thuis.

  • de thuiszorgB1

    уход на дому

    Mijn vader krijgt thuiszorg twee keer per dag.

  • tienA1

    десять

    Ik heb nog tien minuten.

  • de tijdA1

    время

    Ik heb geen tijd vandaag.

  • tijdelijkB1

    временный

    Ik heb een tijdelijk contract voor zes maanden.

  • tijdensA1

    во время

    Tijdens de les mag je niet bellen.

  • het tijdschriftA2

    журнал

    Het artikel stond in een wetenschappelijk tijdschrift.

  • het tijdstipA2

    момент времени

    Wat is een handig tijdstip voor jou?

  • tillenA2

    tilde · hebben getild

    поднимать (тяжёлое)

    Deze doos is te zwaar om alleen te tillen.

  • timmerenB1

    timmerde · hebben getimmerd

    плотничать, сколачивать

    Mijn opa timmert een vogelhuisje voor in de tuin.

  • de tipA2

    совет, подсказка

    Heb jij een goede tip voor een goedkoop restaurant?

  • de titelB1

    название; титул

    Wat is de titel van het boek dat je leest?

  • tochA1

    всё же, всё-таки

    Het was koud, maar we gingen toch.

  • toeB1

    закрыт(о) (разг.)

    Doe de deur even toe, het tocht hier.

  • de toegangB1

    доступ, вход

    Iedereen heeft recht op toegang tot onderwijs.

  • de toegangsprijsB1

    стоимость входа

    De toegangsprijs is vijftien euro.

  • toegevenB1отделяемыйнеправильный

    gaf toe · gaven toe · hebben toegegeven

    признавать

    Ze gaf toe dat ze fout zat.


    уступать, поддаваться

    Uiteindelijk gaf hij toe aan de druk van zijn collega's.

  • de toekomstA2

    будущее

    In de toekomst wil ik verpleegkundige worden.