Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

229 слов · страница 9 из 10

  • de stressB1

    стресс

    Door de drukte heb ik veel stress.

  • stromenB1

    stroomde · hebben/zijn gestroomd

    течь

    Het water stroomt van de berg naar het dal.

  • de stroopwafelA1

    стропвафля

    Een stroopwafel bij de koffie is heerlijk.

  • de studentA1

    студент

    Als student krijg je korting.

  • studerenB1

    studeerde · hebben gestudeerd

    учиться, заниматься

    Ik studeer elke avond twee uur.

  • de studieA2

    учёба (в вузе)

    Na haar studie wil zij als advocaat werken.

  • het studieadviesB1

    консультация по обучению

    Vraag studieadvies aan bij de school.

  • de studiebegeleidingB1

    учебное сопровождение

    De school biedt studiebegeleiding aan.

  • de studiefinancieringB1

    финансирование учёбы

    Studenten kunnen studiefinanciering aanvragen.

  • de studiegenootB1

    товарищ по учёбе

    Ik maak het werkstuk samen met een studiegenoot.

  • de studiekeuzeB1

    выбор специальности

    Zijn studiekeuze viel op techniek.

  • de studiekostenB1

    расходы на обучение

    De studiekosten zijn dit jaar gestegen.

  • het studiemateriaalB1

    учебный материал

    Het studiemateriaal staat online.

  • de studieopdrachtB1

    учебное задание

    De studieopdracht lever je digitaal in.

  • het studieplanB1

    план обучения

    Maak samen met je docent een studieplan.

  • de studieplanningB1

    график учёбы

    Maak een realistische studieplanning.

  • het studiepuntB1

    учебный кредит

    Voor dit vak krijg je vijf studiepunten.

  • de studioB1

    студия; квартира-студия

    Zij huurt een kleine studio in het centrum van Utrecht.

  • het stukA1

    кусок

    Wil je een stuk taart?


    сломан, не работает

    De lift is al een week stuk.

  • sturenA1

    stuurde · hebben gestuurd

    посылать, отправлять

    Ik stuur je vanavond een bericht.

  • de subsidieaanvraagB1

    заявка на субсидию

    De subsidieaanvraag moet voor mei binnen zijn.

  • het succesA2

    успех; удачи!

    Veel succes morgen met je examen!

  • succesvolB1

    успешный

    Haar nieuwe bedrijf is erg succesvol.

  • de suikerA2

    сахар

    Ik doe geen suiker in mijn thee.

  • suikervrijA1

    без сахара

    Deze thee is suikervrij.