Словарь
459 слов · страница 18 из 19
de studieopdrachtB1
учебное задание
De studieopdracht lever je digitaal in.
het studieplanB1
план обучения
Maak samen met je docent een studieplan.
de studieplanningB1
график учёбы
Maak een realistische studieplanning.
het studiepuntB1
учебный кредит
Voor dit vak krijg je vijf studiepunten.
de studieschuldB2
долг за обучение
Hij loste zijn studieschuld in tien jaar af.
het studiesuccesB2
успешность обучения
Studiesucces hangt samen met begeleiding.
de studieverenigingB2
студенческое объединение
De studievereniging organiseert excursies.
de studiezaalB2
учебный зал
De studiezaal zit vol in tentamenweek.
de studioB1
студия; квартира-студия
Zij huurt een kleine studio in het centrum van Utrecht.
stugB2
жёсткий, негнущийся
De stof is nogal stug.
het stukA1
кусок
Wil je een stuk taart?
сломан, не работает
De lift is al een week stuk.
sturenA1
stuurde · hebben gestuurd
посылать, отправлять
Ik stuur je vanavond een bericht.
de stylisteB2
стилист
De styliste koos de kleding voor de shoot.
subjectiefB2
субъективный
Zijn oordeel is nogal subjectief.
de subsidieB2
субсидия
Voor zonnepanelen bestaat er subsidie.
de subsidieaanvraagB1
заявка на субсидию
De subsidieaanvraag moet voor mei binnen zijn.
de subsidieregelingB2
программа субсидий
Er bestaat een subsidieregeling voor isolatie.
subtielB2
тонкий, едва уловимый
Het verschil is subtiel maar belangrijk.
subtropischB2
субтропический
In een subtropisch klimaat groeien citrusvruchten.
het succesA2
успех; удачи!
Veel succes morgen met je examen!
succesvolB1
успешный
Haar nieuwe bedrijf is erg succesvol.
de suikerA2
сахар
Ik doe geen suiker in mijn thee.
het suikergehalteB2
содержание сахара
Het suikergehalte staat op de verpakking.
suikervrijA1
без сахара
Deze thee is suikervrij.
de supermarktA2
супермаркет
De supermarkt is tot tien uur open.

