Словарь
16 слов · страница 1 из 1
pakkenA1
pakte · hebben gepakt
брать, хватать
Pak even een glas voor me.
parkerenA2
parkeerde · hebben geparkeerd
парковаться
Hier mag je niet parkeren.
passenA2
paste · hebben gepast
мерить; подходить
Mag ik deze broek even passen?
pinnenA2
pinde · hebben gepind
платить картой
Kan ik hier pinnen?
plaatsenB1
plaatste · hebben geplaatst
размещать, ставить
Ik heb een advertentie op de website geplaatst.
plaatsvindenB1отделяемыйнеправильный
vond plaats · vonden plaats · hebben plaatsgevonden
состояться, проходить
De bijeenkomst vindt plaats in het buurthuis.
plannenA2
plande · hebben gepland
планировать
We moeten de verhuizing naar Utrecht goed plannen.
poetsenA1
poetste · hebben gepoetst
чистить
Poets je tanden twee keer per dag.
pratenA1
praatte · hebben gepraat
разговаривать
We praten straks verder.
presenterenB1
presenteerde · hebben gepresenteerd
представлять, презентовать
Morgen presenteer ik mijn werkstuk voor de klas.
presterenB1
presteerde · hebben gepresteerd
показывать результат
Onder druk presteert hij juist beter.
printenA2
printte · hebben geprint
распечатывать
Kun je dit formulier even printen?
proberenA1
probeerde · hebben geprobeerd
пробовать
Wil je dit even proberen?
producerenB1
produceerde · hebben geproduceerd
производить
Deze fabriek produceert kaas voor heel Europa.
proevenA2
proefde · hebben geproefd
пробовать (на вкус)
Wil je even proeven of het goed is?
publicerenA1
publiceerde · hebben gepubliceerd
публиковать
De krant publiceerde het rapport gisteren.

