Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

264 слов · страница 5 из 11

  • de plaatB2

    пластинка; плита, лист

    Mijn vader verzamelt oude platen van de jaren zeventig.

  • de plaatsA1

    место

    Is deze plaats vrij?

  • plaatselijkB2

    местный (локальный)

    De plaatselijke krant schreef over het nieuwe park.

  • plaatsenB1

    plaatste · hebben geplaatst

    размещать, ставить

    Ik heb een advertentie op de website geplaatst.

  • plaatsvindenB1отделяемыйнеправильный

    vond plaats · vonden plaats · hebben plaatsgevonden

    состояться, проходить

    De bijeenkomst vindt plaats in het buurthuis.

  • het plafondA1

    потолок

    Het plafond is net geverfd.

  • de plafondlampB2

    потолочный светильник

    De plafondlamp geeft te weinig licht.

  • het plagiaatB2

    плагиат

    Plagiaat leidt tot uitsluiting van het examen.

  • het planA1

    план

    Wat is het plan voor morgen?

  • de planeetB2

    планета

    Wij hebben maar één planeet.

  • plannenA2

    plande · hebben gepland

    планировать

    We moeten de verhuizing naar Utrecht goed plannen.

  • de plantA1

    растение

    Vergeet de planten niet water te geven.

  • plantaardigB2

    растительный

    Plantaardige melk staat naast gewone melk.

  • de plantenbakB2

    кашпо, ящик для растений

    Op het balkon staan drie plantenbakken.

  • de plantensoortB2

    вид растений

    In dit gebied groeien zeldzame plantensoorten.

  • het plasticA2

    пластик

    Plastic gooien we bij ons in een aparte zak.

  • het plasticafvalB2

    пластиковые отходы

    Plasticafval wordt apart ingezameld.

  • het platformB2

    платформа (онлайн)

    Op dit platform kun je tweedehands spullen verkopen.

  • het plattelandB1

    сельская местность

    Op het platteland is het veel rustiger.

  • de plattelandsgemeenteB2

    сельская община

    In een plattelandsgemeente is het voorzieningenniveau lager.

  • het pleeggezinB2

    приёмная семья

    Het kind woont tijdelijk in een pleeggezin.

  • plegenB2

    pleegde · hebben gepleegd

    совершать (преступление)

    De jongen heeft een inbraak gepleegd.

  • het pleinA1

    площадь

    Op het plein is elke week markt.

  • de plekA2

    место (конкретное)

    Is deze plek naast u nog vrij?

  • het plezierA2

    удовольствие, радость

    De kinderen hebben veel plezier in het zwembad.