Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

66 слов · страница 2 из 3

  • de nazorgB1

    последующий уход

    Na de operatie krijgt u nazorg thuis.

  • het NederlandsA1

    нидерландский язык

    Ik leer al twee jaar Nederlands op een taalschool.

  • neeA1

    нет

    Nee, dank je, ik hoef geen koffie meer.

  • de neefA1

    двоюродный брат, племянник

    Mijn neef is even oud als ik.

  • neerB1

    вниз

    Hij liep de hele dag op en neer in de gang.

  • de neerslagB1

    осадки

    Er wordt veel neerslag verwacht.

  • negatiefB1

    отрицательный, негативный

    Hij praat altijd negatief over zijn werk.

  • negenA1

    девять

    Mijn zoon is negen jaar.

  • negentigA1

    девяносто

    Hij werd negentig jaar oud.

  • negerenB1

    negeerde · hebben genegeerd

    игнорировать

    Hij negeert al mijn berichten van deze week.

  • de nekA1

    шея

    Ik heb een stijve nek.

  • nemenA1неправильный

    nam · namen · hebben genomen

    брать

    Ik neem de trein van acht uur.

  • nergensA2

    нигде

    Ik kan het nergens vinden.

  • netA1

    только что

    Hij is net weggegaan.

  • netjesA1

    аккуратный, опрятный

    Je kamer ziet er netjes uit.

  • het netwerkA2

    сеть

    Het netwerk lag er een halve dag uit.

  • de neusA1

    нос

    Mijn neus is verstopt.

  • de nichtA1

    двоюродная сестра, племянница

    Mijn nicht woont in Rotterdam.

  • niemandA1

    никто

    Er is niemand thuis.

  • de nierA1

    почка

    Hij heeft problemen met zijn nieren.

  • nietA1

    не

    Ik begrijp het niet.

  • nietsA1

    ничего

    Ik heb niets gezegd.

  • nieuwA1

    новый

    Ik heb een nieuwe telefoon.

  • het nieuwsA1

    новости

    Ik volg het nieuws elke ochtend.

  • nieuwsgierigA2

    любопытный

    Ik ben nieuwsgierig naar het resultaat.