Словарь
Фильтры2
4 слов · страница 1 из 1
meedoenA2отделяемыйнеправильный
deed mee · deden mee · hebben meegedaan
участвовать
Doe je mee met de cursus?
meegaanA2отделяемыйнеправильный
ging mee · gingen mee · zijn meegegaan
пойти вместе, присоединиться
Mag ik met jullie meegaan naar het strand?
служить долго (о вещах)
Deze schoenen gaan al vijf jaar mee.
meemakenA2отделяемый
maakte mee · hebben meegemaakt
переживать, испытывать
Ik heb veel meegemaakt dit jaar.
meenemenA2отделяемыйнеправильный
nam mee · namen mee · hebben meegenomen
брать с собой
Neem je paspoort mee.
учитывать, принимать во внимание
We nemen jouw voorstel mee in het besluit.

