Словарь
125 слов · страница 5 из 5
de moederA1
мать
Mijn moeder woont in Utrecht.
moedigA2
смелый
Dat was een moedige beslissing.
moeilijkA1
трудный
Nederlands is soms moeilijk.
de moeiteB1
усилие; трудность
Ik heb moeite met het lezen van lange teksten.
moetenA1неправильный
moest · moesten · hebben gemoeten
быть должным
Ik moet nu weg.
mogelijkA1
возможный
Is het mogelijk om later te komen?
de mogelijkheidA2
возможность
Er is nog een andere mogelijkheid.
mogenA1неправильный
mocht · mochten · hebben gemogen
можно, иметь право
Mag ik hier zitten?
het momentA1
момент
Een moment, ik kom eraan.
momenteelB1
в настоящее время
Momenteel werk ik vier dagen per week.
de mondA1
рот
Doe je mond open, zegt de tandarts.
het monumentA2
памятник
Dit pand is een beschermd monument.
mooiA1
красивый
Wat een mooie foto!
morgenA1
завтра
Morgen begin ik vroeg.
de motivatieB1
мотивация
Schrijf in je brief iets over je motivatie.
motiverenB1
motiveerde · hebben gemotiveerd
мотивировать
De docent weet studenten goed te motiveren.
de motorA2
мотор, двигатель; мотоцикл
De motor van de auto maakt een raar geluid.
de mouwA2
рукав
Er zit een gat in de mouw van mijn jas.
de muntA2
монета
Heb je een munt van twee euro?
мята
In de thee zit verse munt uit de tuin.
het muntgeldA2
монеты
Voor de kar heb je muntgeld nodig.
het museumA2
музей
Het museum is op maandag gesloten.
de museumkaartB1
музейная карта
Met een museumkaart kom je overal gratis binnen.
de muurA1
стена
Aan de muur hangt een schilderij.
de muziekA1
музыка
Ik luister graag naar muziek.
de muzieklesB1
урок музыки
Mijn zoon heeft op woensdag muziekles.

