Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

91 слов · страница 4 из 4

  • moetenA1неправильный

    moest · moesten · hebben gemoeten

    быть должным

    Ik moet nu weg.

  • mogelijkA1

    возможный

    Is het mogelijk om later te komen?

  • de mogelijkheidA2

    возможность

    Er is nog een andere mogelijkheid.

  • mogenA1неправильный

    mocht · mochten · hebben gemogen

    можно, иметь право

    Mag ik hier zitten?

  • het momentA1

    момент

    Een moment, ik kom eraan.

  • de mondA1

    рот

    Doe je mond open, zegt de tandarts.

  • het monumentA2

    памятник

    Dit pand is een beschermd monument.

  • mooiA1

    красивый

    Wat een mooie foto!

  • morgenA1

    завтра

    Morgen begin ik vroeg.

  • de motorA2

    мотор, двигатель; мотоцикл

    De motor van de auto maakt een raar geluid.

  • de mouwA2

    рукав

    Er zit een gat in de mouw van mijn jas.

  • de muntA2

    монета

    Heb je een munt van twee euro?


    мята

    In de thee zit verse munt uit de tuin.

  • het muntgeldA2

    монеты

    Voor de kar heb je muntgeld nodig.

  • het museumA2

    музей

    Het museum is op maandag gesloten.

  • de muurA1

    стена

    Aan de muur hangt een schilderij.

  • de muziekA1

    музыка

    Ik luister graag naar muziek.