Словарь
91 слов · страница 3 из 4
de methodeA2
метод
Welke methode hebben de onderzoekers gebruikt?
de metroA2
метро
In Amsterdam kun je met de metro.
de meubelsA2
мебель
We hebben nieuwe meubels gekocht.
de mevrouwA1
госпожа; женщина (вежл.)
Mevrouw, u bent uw handschoen in de bus vergeten.
de middagA1
день (время суток)
We eten om twaalf uur 's middags.
het middenA2
середина, центр
In het midden van de kamer staat een tafel.
de middernachtA1
полночь
De trein rijdt tot middernacht.
het milieuA2
окружающая среда
Deze maatregel is beter voor het milieu.
militairA1
военный
Er is militaire steun toegezegd.
miljoenA2
миллион
Nederland heeft bijna achttien miljoen inwoners.
minderA1
меньше
Ik werk nu minder uren.
het minimumloonA2
минимальная зарплата
Hij verdient het minimumloon.
de ministerA1
министр
De minister legde het beleid uit.
het ministerieA2
министерство
Het ministerie van Onderwijs reageerde snel.
minstensA2
минимум, по крайней мере
Je moet minstens een uur voor vertrek op het vliegveld zijn.
de minuutA1
минута
Wacht even, nog één minuut.
misschienA1
может быть
Misschien kom ik later.
misselijkA2
тошнит
Ik voel me een beetje misselijk.
missenA1
miste · hebben gemist
пропустить; скучать
Ik heb de bus gemist.
de mobielA2
мобильный (телефон)
Mag ik even je mobiel gebruiken om te bellen?
modernA2
современный
Ze wonen in een modern huis met grote ramen.
moeA1
усталый
Ik ben vandaag heel moe.
de moederA1
мать
Mijn moeder woont in Utrecht.
moedigA2
смелый
Dat was een moedige beslissing.
moeilijkA1
трудный
Nederlands is soms moeilijk.

