Словарь
198 слов · страница 4 из 8
de leiderschapsstijlB2
стиль руководства
Zijn leiderschapsstijl is vrij directief.
de leidingB1
руководство; трубопровод
Zij heeft de leiding over het hele project.
de leidinggevendeB1
руководитель
Bespreek dat met je leidinggevende.
het leidingwerkB2
трубопроводы
Het leidingwerk zit weggewerkt in de muur.
lekkerA1
вкусный, приятный
Deze soep is heel lekker.
lelijkA1
уродливый
Dat gebouw vind ik lelijk.
lenenA2
leende · hebben geleend
одалживать
Kan ik tien euro van je lenen?
de lengteA2
длина; рост
Wat is je lengte en je gewicht?
de leningB1
кредит, заём
Hij sloot een lening af voor de auto.
de lenteA1
весна
In de lente bloeien de tulpen.
de lepelA1
ложка
Ik eet soep met een lepel.
de leraarA2
учитель
De leraar legt het nog een keer uit.
lerenA1
leerde · hebben geleerd
учить(ся)
Ik leer nu een jaar Nederlands.
de lesA1
урок, занятие
De les Nederlands begint om negen uur.
het lesmateriaalA2
учебные материалы
Het lesmateriaal krijg je bij de eerste les.
de lesmethodeB1
методика преподавания
Deze lesmethode werkt goed voor volwassenen.
het lesroosterA2
расписание занятий
Het lesrooster hangt bij de ingang.
de lesuitvalB1
отмена занятий
Door ziekte was er veel lesuitval.
het lesuurA2
учебный час
Een lesuur duurt vijftig minuten.
het letselB2
телесное повреждение
Er was gelukkig geen blijvend letsel.
lettenA2
lette · hebben gelet
следить, обращать внимание (на)
Wil je even op de kinderen letten?
de letterA1
буква
Schrijf je naam met grote letters.
de lettergreepB2
слог
Dit woord heeft vier lettergrepen.
letterlijkA2
буквально
Neem dat niet te letterlijk.
het lettertypeB2
шрифт
Kies een goed leesbaar lettertype.

