Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

19 слов · страница 1 из 1

  • jaA1

    да

    Ja, ik kom morgen graag naar je feest.

  • het jaarA1

    год

    Een jaar heeft twaalf maanden.

  • jaarlijksA1

    ежегодно

    Er is jaarlijks een buurtfeest.

  • de jaaropgaveB1

    годовая справка о доходах

    Bewaar je jaaropgave voor de belastingaangifte.

  • jaloersA2

    завистливый, ревнивый

    Hij is een beetje jaloers op zijn broer.

  • de jamA1

    джем, варенье

    Ik eet brood met jam.

  • jammerA2

    жаль

    Wat jammer dat je niet naar het feest kunt komen.

  • januariA1

    январь

    Mijn cursus begint in januari.

  • jarigA1

    именинник

    Mijn zoon is vandaag jarig.

  • de jasA1

    куртка

    Doe je jas aan, het is koud.

  • de jeugdB1

    юность, детство

    In mijn jeugd speelde ik altijd buiten op straat.

  • jongA1

    молодой

    Zij is nog heel jong.

  • de jongenA1

    мальчик

    Die jongen is mijn zoon.

  • de journalistA2

    журналист

    De journalist sprak met meerdere getuigen.

  • het jubileumB1

    юбилей

    De vereniging viert haar vijftigjarig jubileum.

  • juistB1

    правильный, верный

    Kies het juiste antwoord uit de lijst.

  • juliA1

    июль

    In juli gaan we op vakantie.

  • juniA1

    июнь

    In juni beginnen de examens.

  • de jurkA1

    платье

    Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.