Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

6 слов · страница 1 из 1

  • gaanA1неправильный

    ging · gingen · zijn gegaan

    идти, ехать

    Ik ga morgen naar Amsterdam.

  • gebeurenA1

    gebeurde · zijn gebeurd

    происходить

    Wat is er gebeurd?

  • gebruikenA1

    gebruikte · hebben gebruikt

    использовать

    Mag ik je telefoon even gebruiken?

  • gelovenA1

    geloofde · hebben geloofd

    верить

    Ik geloof je wel.

  • genietenA1неправильный

    genoot · genoten · hebben genoten

    наслаждаться

    Ik geniet van het rustige weekend.

  • gevenA1неправильный

    gaf · gaven · hebben gegeven

    давать

    Geef mij het zout, alsjeblieft.