Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

29 слов · страница 1 из 2

  • de factuurA2

    счёт-фактура

    De factuur moet binnen 14 dagen betaald worden.

  • de familieA1

    семья

    Mijn familie komt zondag eten.

  • het familiebezoekA1

    визит родственников

    Zondag hebben we familiebezoek.

  • het familielidA1

    член семьи

    Er komt een familielid op bezoek.

  • de fanA2

    фанат, поклонник

    Mijn zoon is een grote fan van deze voetballer.

  • fantastischA2

    фантастический, замечательный

    We hebben een fantastische vakantie gehad.

  • favorietA2

    любимый

    Wat is jouw favoriete gerecht uit je eigen land?

  • februariA1

    февраль

    In februari is het meestal koud.

  • het feestA1

    праздник, вечеринка

    Zaterdag is er een feest.

  • het feitA1

    факт

    Scheid feiten van meningen.

  • het festivalA2

    фестиваль

    Elke zomer is er een festival in het park.

  • de fietsA2

    велосипед

    In Nederland gaat bijna iedereen met de fiets.

  • fietsenA1

    fietste · hebben/zijn gefietst

    ездить на велосипеде

    Ik fiets elke dag naar school.

  • de fietsenstallingA2

    велопарковка

    Zet je fiets in de fietsenstalling.

  • de fietserA2

    велосипедист

    Let goed op de fietser als je rechts afslaat.

  • de fietspompA2

    велонасос

    Heb je een fietspomp voor me?

  • de fietsrouteA2

    велосипедный маршрут

    Deze fietsroute gaat door het bos.

  • het fietsslotA2

    велозамок

    Vergeet je fietsslot niet.

  • de fietsverhuurA2

    прокат велосипедов

    Bij het station is een fietsverhuur.

  • fijnA2

    приятный, хороший

    Fijn dat je er bent, kom maar binnen!

  • de filmA1

    фильм

    We kijken vanavond een film.

  • financieelA2

    финансовый

    Zij zijn financieel onafhankelijk.

  • de flesA1

    бутылка

    Er staat een fles wijn op tafel.

  • het flesjeA2

    бутылочка

    Neem een flesje water mee.

  • de fotoA1

    фотография

    Dit is een foto van mijn familie.