Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

125 слов · страница 1 из 5

  • het cadeauA1

    подарок

    Voor zijn verjaardag kreeg hij een mooi cadeau.

  • het caféA2

    кафе

    We spreken af in het café op de hoek.

  • de calorieB2

    калория

    Deze maaltijd bevat achthonderd calorieën.

  • de cameraA2

    камера

    In de winkel hangen overal camera's.

  • het camerastandpuntB2

    ракурс камеры

    Het camerastandpunt bepaalt de sfeer.

  • de campagneB2

    кампания

    De gemeente start een campagne tegen afval op straat.

  • de caoB2

    коллективный трудовой договор

    De lonen zijn vastgelegd in de cao.

  • de capsuleB2

    капсула

    De capsule mag je niet openmaken.

  • de cardioloogB2

    кардиолог

    De cardioloog bekeek het hartfilmpje.

  • de carrièreB1

    карьера (успех)

    Zij wil een carrière in de zorg opbouwen.

  • de cassatieB2

    кассация

    In cassatie wordt alleen naar het recht gekeken.

  • de catalogusB2

    каталог

    Zoek de titel in de catalogus.

  • de categorieB1

    категория

    In welke categorie valt dit product?

  • de cdA2

    компакт-диск

    Mijn vader luistert in de auto nog naar een cd.

  • de celB2

    клетка; камера

    Het menselijk lichaam bestaat uit miljarden cellen.

  • de celstrafB2

    тюремное заключение

    De rechter legde een celstraf op.

  • het cementB2

    цемент

    Er is nog een zak cement over.

  • de censuurB2

    цензура

    In dat land bestaat censuur op de pers.

  • het centrumA1

    центр (города)

    Ik woon tien minuten van het centrum.

  • het certificaatB1

    сертификат

    Na de cursus krijg je een certificaat.

  • de certificeringB2

    сертификация

    De certificering wordt jaarlijks getoetst.

  • de cesuurB2

    проходной порог

    De cesuur ligt dit jaar bij 60 procent.

  • de champignonA1

    шампиньон

    In de saus zitten champignons.

  • de chauffeurA2

    водитель

    Vraag het even aan de chauffeur.

  • de chefB1

    шеф, начальник

    Mijn chef vindt het goed dat ik eerder ga.


    шеф-повар

    De chef van het restaurant maakt zelf de soep.