Словарь
12 слов · страница 1 из 1
bedankenA1
bedankte · hebben bedankt
благодарить
Ik wil je bedanken voor je hulp.
bedoelenA1
bedoelde · hebben bedoeld
иметь в виду
Wat bedoel je precies?
beginnenA1неправильный
begon · begonnen · zijn begonnen
начинать(ся)
De les begint om negen uur.
begrijpenA1неправильный
begreep · begrepen · hebben begrepen
понимать
Ik begrijp de vraag niet helemaal.
bellenA1
belde · hebben gebeld
звонить
Ik bel je vanavond na het eten.
bepalenA1
bepaalde · hebben bepaald
определять
Jij mag bepalen waar we eten.
bereikenA1
bereikte · hebben bereikt
достигать; связаться
Je kunt mij het beste per mail bereiken.
bestaanA1неправильный
bestond · bestonden · hebben bestaan
существовать
Zo'n regel bestaat hier niet.
betalenA1
betaalde · hebben betaald
платить
Kan ik met pin betalen?
betekenenA1
betekende · hebben betekend
означать
Wat betekent dit woord?
blijvenA1неправильный
bleef · bleven · zijn gebleven
оставаться
Blijf je vanavond eten?
brengenA1неправильный
bracht · brachten · hebben gebracht
приносить, отвозить
Ik breng de kinderen naar school.

