Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

253 слов · страница 8 из 11

  • de bloemB1

    цветок

    Ik heb bloemen voor haar gekocht.


    мука

    Voor dit brood heb je vijfhonderd gram bloem nodig.

  • de bloemkoolA1

    цветная капуста

    Vanavond eten we bloemkool.

  • de blogB1

    блог

    Zij schrijft elke week een blog over haar leven in Nederland.

  • het blokB1

    квартал; блок

    Na het eten lopen we nog even een blok om.

  • de bodemB1

    почва

    De bodem hier is erg vruchtbaar.

  • de bodemsoortB1

    тип почвы

    De bodemsoort bepaalt wat er kan groeien.

  • het boekA1

    книга

    Ik lees elke avond een boek.

  • de boerderijA2

    ферма

    Mijn oom woont op een boerderij met koeien en kippen.

  • de boeteB1

    штраф

    Ik heb een boete gekregen voor te hard rijden.

  • de bonA2

    чек

    Bewaar de bon voor de garantie.


    штраф (квитанция)

    Hij kreeg een bon omdat hij te hard reed.

  • de boodschapA2

    послание, идея

    De boodschap van de campagne is duidelijk.

  • de boodschappenA2

    продукты, покупки

    Ik doe zaterdag boodschappen.

  • het boodschappenlijstjeA2

    список покупок

    Ik maak altijd een boodschappenlijstje.

  • de boodschappentasA2

    сумка для покупок

    Neem je eigen boodschappentas mee.

  • de boomA2

    дерево

    Voor het huis staat een grote boom.

  • de boomsoortB1

    порода деревьев

    Welke boomsoort groeit hier het beste?

  • de boonA1

    фасоль, боб

    Er staan bonen op het menu.

  • de boordB1

    борт (на борту)

    Alle passagiers zijn nu aan boord van het vliegtuig.

  • boosA2

    сердитый

    Hij was boos op zijn collega.

  • het bordA1

    тарелка

    Zet de borden op tafel.


    табличка, знак

    Op het bord staat dat je hier niet mag parkeren.

  • de borgA2

    залог

    De borg krijg je later terug.

  • de borstA1

    грудь

    Hij voelt pijn op zijn borst.

  • het bosA2

    лес

    We wandelen graag in het bos.


    de bos

    букет, пучок

    Hij kwam thuis met een bos bloemen voor zijn moeder.

  • het bosgebiedB1

    лесной массив

    Het bosgebied is beschermd.

  • de boterA1

    масло

    Doe wat boter op je brood.