Kelime Bilgisi
2434 kelime · sayfa 96 / 98
de wraakB1
intikam
Hij wilde wraak nemen op zijn oude baas.
de yoghurtA1
yoğurt
Ik eet yoghurt bij het ontbijt.
de zaakA2
iş yeri; mesele
Mijn oom heeft een eigen zaak in het centrum.
de zaalA2
salon
De zaal zat vol voor het concert.
de zakA1
cep; torba
Mijn sleutels zitten in mijn zak.
zakkenB1
zakte · zijn gezakt
sınavda kalmak
Hij is helaas gezakt voor het examen.
de zakken
torbalar, çantalar (zak çoğulu)
Hij zet de zakken met oud papier bij de container.
de zalfA2
merhem
Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.
het zandA2
kum
De kinderen spelen met emmers in het zand.
de zangerA2
şarkıcı
De zanger kwam op het podium en iedereen juichte.
de zaterdagA1
cumartesi
Op zaterdag doe ik boodschappen.
het zebrapadA2
yaya geçidi
Steek over bij het zebrapad.
de zeeA1
deniz
De zee is vandaag onrustig.
de zeepA1
sabun
Was je handen met zeep.
de zegenB1
nimet, bereket
Na die droge zomer was de regen een zegen.
het zeilB1
yelken
De boot heeft een groot wit zeil.
de zekerheidB1
güvence, kesinlik
Een vast contract geeft meer zekerheid.
de zelfmoordB1
intihar
Wie aan zelfmoord denkt, kan anoniem met een hulplijn praten.
de zelfstandigheidB1
bağımsızlık
De functie vraagt veel zelfstandigheid.
de zelfstudieB1
bireysel çalışma
Naast de les doe ik veel zelfstudie.
het zelfvertrouwenB1
özgüven
Door de cursus kreeg ze meer zelfvertrouwen.
de zetelB1
sandalye (meclis)
De partij won vijf zetels in de Tweede Kamer.
het zichtB1
görüş mesafesi, manzara
Door de mist was er weinig zicht op de weg.
het ziekenhuisA2
hastane
Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.
het ziekenhuisbezoekB1
hastane ziyareti
Het ziekenhuisbezoek duurde twee uur.
de ziekenhuisopnameB1
hastaneye yatış
Een ziekenhuisopname was niet nodig.

