Je EigenRoute
GirişKayıt ol

Kelime Bilgisi

7824 kelime · sayfa 92 / 313

  • gestrestA2

    stresli

    Voor het examen was ik erg gestrest.

  • het getalA1

    sayı

    Schrijf het getal in cijfers.

  • het getijdeB2

    gelgit

    Het getijde bepaalt wanneer je kunt varen.

  • de getijdenwerkingB2

    gelgit etkisi

    De getijdenwerking vormt de zandbanken.

  • getrouwdA1

    evli

    Zij is al tien jaar getrouwd.

  • de getuigeB1

    tanık

    De getuige legde een verklaring af.

  • getuigenB1

    getuigde · hebben getuigd

    tanıklık etmek

    Twee buren getuigden in de rechtszaak tegen hem.

  • de geurB2

    koku

    De geur van vers brood komt uit de bakkerij.

  • het gevaarB1

    tehlike

    Bij dit weer is er gevaar voor gladheid.

  • gevaarlijkA2

    tehlikeli

    Het is gevaarlijk om op het ijs te lopen.

  • het gevalB1

    durum, hal

    In dat geval bel ik je morgen terug.

  • de gevangenisA2

    hapishane

    Hij zat twee jaar in de gevangenis.

  • de gevangenisstrafB2

    hapis

    De rechter gaf de dief drie maanden gevangenisstraf.

  • het gevechtB1

    kavga, çatışma

    Na de wedstrijd ontstond er een gevecht tussen supporters.

  • de gevelB2

    cephe

    De gevel van het oude huis wordt geschilderd.

  • gevenA1düzensiz

    gaf · gaven · hebben gegeven

    vermek

    Geef mij het zout, alsjeblieft.

  • het gevoelA1

    his

    Ik had het gevoel dat er iets mis was.

  • gevoeligB1

    hassas

    Zij is erg gevoelig voor kritiek.

  • de gevoeligheidB2

    duyarlılık

    Zijn gevoeligheid voor kritiek is groot.

  • het gevoelslevenB2

    duygu dünyası

    Over zijn gevoelsleven praat hij zelden.

  • de gevoelstemperatuurB2

    hissedilen sıcaklık

    De gevoelstemperatuur ligt vijf graden lager.

  • het gevolgA2

    sonuç, etki

    Dat heeft grote gevolgen voor ons.

  • het gewasB2

    ekin

    Elk gewas heeft eigen eisen.

  • de gewasbeschermingB2

    bitki koruma

    De regels voor gewasbescherming zijn strenger geworden.

  • het geweerB2

    tüfek

    De jager liep met een geweer door het bos.