Kelime Bilgisi
175 kelime · sayfa 7 / 7
vervangenB1düzensiz
verving · vervingen · hebben vervangen
değiştirmek, yerine koymak
De monteur moet de kapotte lamp vervangen.
verwijzenA2düzensiz
verwees · verwezen · hebben verwezen
atıfta bulunmak
De auteur verwijst naar eerder onderzoek.
verzinnenB1düzensiz
verzon · verzonnen · hebben verzonnen
uydurmak
Hij verzint altijd een smoes als hij te laat is.
verzoekenB1düzensiz
verzocht · verzochten · hebben verzocht
rica etmek
Wij verzoeken u het formulier te ondertekenen.
vindenA1düzensiz
vond · vonden · hebben gevonden
bulmak; düşünmek
Ik kan het niet vinden.
vliegenA2düzensiz
vloog · vlogen · hebben/zijn gevlogen
uçmak
We vliegen volgende week naar Marokko.
voorkomenA1ayrılabilirdüzensiz
kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen
meydana gelmek, görülmek
Dat probleem komt hier vaak voor.
voorkómenA2düzensiz
voorkwam · voorkwamen · hebben voorkomen
önlemek
Met een goede planning voorkom je veel stress.
voorlezenA2ayrılabilirdüzensiz
las voor · lazen voor · hebben voorgelezen
sesli okumak
Wil je mij de brief van de school even voorlezen?
vragenA1düzensiz
vroeg · vroegen · hebben gevraagd
sormak
Mag ik iets vragen?
rica etmek, istemek
Hij vraagt zijn buurman om hulp.
wassenA2düzensiz
waste · wasten · hebben gewassen
yıkamak
Ik moet nog kleren wassen.
weggaanA2ayrılabilirdüzensiz
ging weg · gingen weg · zijn weggegaan
gitmek, ayrılmak
Wanneer ga je weg?
wetenA1düzensiz
wist · wisten · hebben geweten
bilmek
Ik weet het niet.
wijzenB1düzensiz
wees · wezen · hebben gewezen
işaret etmek, göstermek
Zij wees naar het huis aan de overkant.
willenA1düzensiz
wilde · wilden · hebben gewild
istemek
Ik wil graag koffie.
winnenA2düzensiz
won · wonnen · hebben gewonnen
kazanmak (yarışma)
Wie heeft gisteren de wedstrijd gewonnen?
wordenA1düzensiz
werd · werden · zijn geworden
olmak (dönüşmek)
Hij wil dokter worden.
(edilgen çatı yardımcı fiili)
De brief wordt morgen verstuurd.
zeggenA1düzensiz
zei · zeiden · hebben gezegd
söylemek
Wat zei je?
zienA1düzensiz
zag · zagen · hebben gezien
görmek
Ik zie je morgen.
zijnA1düzensiz
was · waren · zijn geweest
olmak
Ik ben blij dat je er bent.
onun (erkek için)
Peter pakt zijn jas en loopt naar buiten.
zingenA2düzensiz
zong · zongen · hebben gezongen
şarkı söylemek
Op verjaardagen zingen we een lied.
zittenA1düzensiz
zat · zaten · hebben gezeten
oturmak
Zij zit op de bank.
içinde olmak, bulunmak
De sleutels zitten in de zak van mijn jas.
zoekenA1düzensiz
zocht · zochten · hebben gezocht
aramak
Ik zoek mijn sleutels.
zullenA1düzensiz
zou · zouden
-ecek (gelecek)
Zullen we koffie drinken?
zwemmenB1düzensiz
zwom · zwommen · hebben/zijn gezwommen
yüzmek
Ik ga twee keer per week zwemmen.

