Kelime Bilgisi
7809 kelime · sayfa 64 / 313
het doelA1
amaç
Wat is het doel van deze cursus?
de doelgerichtheidB2
hedef odaklılık
Haar doelgerichtheid valt op.
de doelgroepB2
hedef kitle
Wie is de doelgroep van dit programma?
de doelmanB2
kaleci
De doelman hield de strafschop tegen.
het doelpuntB1
gol
Hij maakte het winnende doelpunt in de laatste minuut.
de doelstellingB1
hedef
We hebben onze doelstelling gehaald.
het doelwitB1
hedef (saldırı)
Ouderen zijn vaak het doelwit van oplichters.
doenA1düzensiz
deed · deden · hebben gedaan
yapmak
Wat doe je in het weekend?
dofB2
boğuk, mat
We hoorden een doffe klap in de verte.
de dokterA1
doktor
Ik ga morgen naar de dokter.
het doktersadviesB1
doktor tavsiyesi
Volg het doktersadvies goed op.
de doktersassistentA2
doktor asistanı
De doktersassistent maakt de afspraken.
het doktersbezoekB1
doktor ziyareti
Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.
dolB2
bayılmak, deli olmak
Mijn dochter is dol op paarden.
de dollarB2
dolar
Het hotel in New York kost tweehonderd dollar per nacht.
domA2
aptal, aptalca
Ik heb een dom foutje gemaakt in mijn brief.
het domeinB2
alan
Dit valt buiten het domein van de huisarts.
de domineeB2
protestan papaz
De dominee sprak bij de uitvaart.
dominerenB2
domineerde · hebben gedomineerd
baskın olmak
Het nieuws wordt gedomineerd door de verkiezingen.
de donateurB2
bağışçı
De stichting heeft vijfduizend donateurs.
de donatieB2
bağış
De organisatie leeft van donaties.
de donderdagA1
perşembe
De les is elke donderdag.
donderenB2
donderde · hebben/zijn gedonderd
gök gürlemek; yuvarlanmak
Het donderde en bliksemde de hele avond.
donerenB2
doneerde · hebben gedoneerd
bağış yapmak
Je kunt geld doneren aan het goede doel.
donkerA1
karanlık
In de winter is het om vijf uur al donker.

