Kelime Bilgisi
283 kelime · sayfa 5 / 12
kostenA2
kostte · hebben gekost
tutmak, fiyatı olmak
De cursus kost honderd euro per maand.
de kosten
masraflar
De kosten vallen mee.
krijgenA1düzensiz
kreeg · kregen · hebben gekregen
almak (edinmek)
Ik heb een brief gekregen.
kunnenA1düzensiz
kon · konden · hebben gekund
-ebilmek
Kun je mij helpen?
lachenA1düzensiz
lachte · lachten · hebben gelachen
gülmek
We hebben veel gelachen.
langskomenA2ayrılabilirdüzensiz
kwam langs · kwamen langs · zijn langsgekomen
uğramak
Kom je vanavond even langs?
latenA1düzensiz
liet · lieten · hebben gelaten
bırakmak; yaptırmak
Ik laat mijn fiets repareren.
leggenA1
legde · hebben gelegd
koymak (yatay)
Leg het boek op tafel.
lenenA2
leende · hebben geleend
ödünç almak/vermek
Kan ik tien euro van je lenen?
lerenA1
leerde · hebben geleerd
öğrenmek; öğretmek
Ik leer nu een jaar Nederlands.
lettenA2
lette · hebben gelet
dikkat etmek, göz kulak olmak
Wil je even op de kinderen letten?
levenA1
leefde · hebben geleefd
yaşamak
Mijn opa leeft nog en is al negentig jaar.
het leven
hayat
Het leven hier is heel anders.
lezenA1düzensiz
las · lazen · hebben gelezen
okumak
Lees de tekst nog een keer.
liegenA2düzensiz
loog · logen · hebben gelogen
yalan söylemek
Hij zei dat hij ziek was, maar hij loog.
liggenA1düzensiz
lag · lagen · hebben gelegen
yatmak, bulunmak
Het boek ligt op tafel.
lijkenA1düzensiz
leek · leken · hebben geleken
görünmek
Het lijkt me een goed idee.
lopenA1düzensiz
liep · liepen · hebben/zijn gelopen
yürümek
Ik loop elke dag naar mijn werk.
sürmek (dönem)
De cursus loopt van september tot juni.
luisterenA2
luisterde · hebben geluisterd
dinlemek
Luister goed naar de vraag.
lukkenA2
lukte · zijn gelukt
başarılı olmak
Het is me gelukt!
mailenA2
mailde · hebben gemaild
e-posta göndermek
Ik mail je de documenten vanavond.
makenA1
maakte · hebben gemaakt
yapmak, imal etmek
Zij maakt een taart voor het feest.
meedoenA2ayrılabilirdüzensiz
deed mee · deden mee · hebben meegedaan
katılmak
Doe je mee met de cursus?
meegaanA2ayrılabilirdüzensiz
ging mee · gingen mee · zijn meegegaan
birlikte gitmek
Mag ik met jullie meegaan naar het strand?
uzun süre dayanmak (eşya)
Deze schoenen gaan al vijf jaar mee.
meemakenA2ayrılabilir
maakte mee · hebben meegemaakt
başından geçmek
Ik heb veel meegemaakt dit jaar.
meenemenA2ayrılabilirdüzensiz
nam mee · namen mee · hebben meegenomen
yanına almak
Neem je paspoort mee.
dikkate almak
We nemen jouw voorstel mee in het besluit.
meldenA1
meldde · hebben gemeld
bildirmek
U moet een verhuizing melden bij de gemeente.

