Kelime Bilgisi
1962 kelime · sayfa 40 / 79
moeilijkA1
zor
Nederlands is soms moeilijk.
moetenA1düzensiz
moest · moesten · hebben gemoeten
-meli, zorunda olmak
Ik moet nu weg.
mogelijkA1
mümkün
Is het mogelijk om later te komen?
de mogelijkheidA2
olanak
Er is nog een andere mogelijkheid.
mogenA1düzensiz
mocht · mochten · hebben gemogen
-ebilmek (izin)
Mag ik hier zitten?
het momentA1
an
Een moment, ik kom eraan.
de mondA1
ağız
Doe je mond open, zegt de tandarts.
het monumentA2
anıt
Dit pand is een beschermd monument.
mooiA1
güzel
Wat een mooie foto!
morgenA1
yarın
Morgen begin ik vroeg.
de motorA2
motor
De motor van de auto maakt een raar geluid.
de mouwA2
kol (giysi)
Er zit een gat in de mouw van mijn jas.
de muisA2
fare
Er loopt een muis door de keuken.
de muntA2
madenî para
Heb je een munt van twee euro?
nane
In de thee zit verse munt uit de tuin.
het muntgeldA2
bozuk para
Voor de kar heb je muntgeld nodig.
het museumA2
müze
Het museum is op maandag gesloten.
de muurA1
duvar
Aan de muur hangt een schilderij.
de muziekA1
müzik
Ik luister graag naar muziek.
naA1
-den sonra
Na het eten gaan we wandelen.
de naamA1
isim
Wat is jouw naam?
naarA1
-e doğru
Ik ga naar mijn werk.
naartoeA2
nereye, oraya
Waar ga je in de zomervakantie naartoe?
naastA1
yanında
Hij zit naast mij.
de nachtA1
gece
Ik heb de hele nacht slecht geslapen.
de nachtdienstA2
gece vardiyası
Deze week heb ik nachtdienst.

