Kelime Bilgisi
106 kelime · sayfa 4 / 5
rechtsA1
sağ
De supermarkt is rechts van het station.
samenA1
birlikte
We eten samen om zes uur.
somsA1
bazen
Soms neem ik de bus.
steedsA2
gittikçe; hep
Het wordt steeds drukker op de weg.
straksA1
birazdan
Ik bel je straks even terug.
teA1
fazla, aşırı
Deze jas is te duur voor mij.
mastar edatı (te)
Ik probeer elke dag Nederlands te spreken.
tegenwoordigA2
günümüzde
Tegenwoordig werk ik vaker thuis.
terugA1
geri
Ik ben om zes uur terug.
tochA1
yine de
Het was koud, maar we gingen toch.
toevalligA2
tesadüfen
Ik zag mijn oude leraar toevallig in de supermarkt.
trouwensA2
bu arada
Trouwens, heb je die brief al gelezen?
vaakA1
sık sık
Ik ga vaak met de fiets.
vanavondA1
bu akşam
Vanavond blijf ik thuis.
vandaagA1
bugün
Vandaag is het mooi weer.
vandaanA2
nereden
Waar kom jij eigenlijk vandaan, uit welk land?
vanmiddagA1
bu öğleden sonra
Vanmiddag heb ik een afspraak.
vanmorgenA1
bu sabah
Vanmorgen was het erg koud.
vannachtA1
bu gece; dün gece
Vannacht heeft het in het hele land gesneeuwd.
verA1
uzak
Is het nog ver?
vooralA1
özellikle
Ik oefen vooral spreken.
voorbijA2
geçti, bitti
De zomer is weer veel te snel voorbij.
voortaanA2
bundan böyle
Voortaan doen we het anders.
vooruitA2
ileri
Met je Nederlands ga je echt vooruit, goed zo!
vroegerA2
eskiden
Vroeger woonde ik in een dorp.
waarschijnlijkA1
muhtemelen
Hij komt waarschijnlijk te laat.

