Je EigenRoute
GirişKayıt ol

Kelime Bilgisi

3891 kelime · sayfa 37 / 156

  • de emmerA1

    kova

    Vul de emmer met water.

  • de emotieB2

    duygu

    Hij liet zijn emoties nauwelijks zien.

  • de empathieB2

    empati

    In de zorg is empathie onmisbaar.

  • de encyclopedieB2

    ansiklopedi

    Vroeger stond de encyclopedie in de kast.

  • de energieA1

    enerji

    De prijzen voor energie zijn gestegen.

  • de energiearmoedeB2

    enerji yoksulluğu

    Energiearmoede treft vooral oude woningen.

  • het energiebeleidB2

    enerji politikası

    Het energiebeleid is de laatste jaren omgegooid.

  • de energiebesparingB2

    enerji tasarrufu

    Isolatie levert veel energiebesparing op.

  • de energiebronB2

    enerji kaynağı

    Zon is een onuitputtelijke energiebron.

  • het energiecontractB2

    enerji sözleşmesi

    Mijn energiecontract loopt in juni af.

  • de energiekostenB1

    enerji giderleri

    De energiekosten zijn een groot deel van mijn budget.

  • het energielabelA2

    enerji etiketi

    Dit huis heeft energielabel C.

  • de energiemixB2

    enerji karması

    De energiemix bestaat nog grotendeels uit gas.

  • de energieopslagB2

    enerji depolama

    Energieopslag is de zwakke schakel.

  • de energieopwekkingB2

    enerji üretimi

    Energieopwekking uit wind groeit snel.

  • de energierekeningB1

    enerji faturası

    Mijn energierekening is verdubbeld.

  • de energietransitieB2

    enerji dönüşümü

    De energietransitie kost tijd en geld.

  • het energieverbruikB2

    enerji tüketimi

    Het energieverbruik van dit huis is laag.

  • het EngelsA1

    İngilizce

    Mijn kinderen spreken thuis Nederlands en op school Engels.

  • de enkelA1

    ayak bileği

    Ik heb mijn enkel verzwikt.


    tek, hiçbir; sadece

    Er is geen enkele reden om je zorgen te maken.

  • het enthousiasmeB2

    coşku

    Ze begon vol enthousiasme aan het project.

  • de entreekaartB1

    giriş bileti

    De entreekaart kost twaalf euro.

  • de envelopA1

    zarf

    Doe de brief in een envelop.

  • de epidemieB2

    salgın

    Tijdens de epidemie werkten veel mensen thuis.

  • de epidemioloogB2

    epidemiyolog

    De epidemioloog legde de cijfers uit.