Kelime Bilgisi
1962 kelime · sayfa 31 / 79
het kindA1
çocuk
Het kind speelt in de tuin.
de kinderbijslagA2
çocuk yardımı
Ouders krijgen elk kwartaal kinderbijslag.
de kipA1
tavuk
Ik eet liever kip dan rundvlees.
klaarA1
hazır
Het eten is klaar.
klaarmakenA2ayrılabilir
maakte klaar · hebben klaargemaakt
hazırlamak
Ik maak het eten klaar.
de klantA2
müşteri
De klant heeft altijd gelijk.
de klantenkaartA2
müşteri kartı
Met een klantenkaart spaar je punten.
de klantenserviceA2
müşteri hizmetleri
Bel de klantenservice als het niet werkt.
de klasA1
sınıf (okul)
In mijn klas zitten studenten uit tien landen.
de klasgenootA2
sınıf arkadaşı
Mijn klasgenoot komt uit Syrië.
het klaslokaalA2
derslik
Het klaslokaal is op de tweede verdieping.
de kledingA2
giyim, kıyafet
In deze winkel verkopen ze kleding voor kinderen.
kleinA1
küçük
Mijn kamer is klein maar gezellig.
de kleindochterA1
kız torun
Zijn kleindochter gaat al naar school.
het kleinkindA1
torun
Zij heeft drie kleinkinderen.
de kleinzoonA1
erkek torun
Haar kleinzoon is net geboren.
de klerenA1
kıyafet
Ik koop nieuwe kleren.
de kleurA1
renk
Welke kleur vind je mooi?
kleurenA2
kleurde · hebben gekleurd
boyamak (resim)
De kinderen kleuren een tekening van een huis.
klikkenA2
klikte · hebben geklikt
tıklamak
Klik op de blauwe knop om verder te gaan.
klimmenA2düzensiz
klom · klommen · hebben/zijn geklommen
tırmanmak
De kinderen klimmen in de boom in de tuin.
de klokA1
saat (duvar)
De klok in de keuken loopt voor.
çan
De klok van de kerk luidt elke zondagochtend.
kloppenA2
klopte · hebben geklopt
doğru olmak; kapı çalmak
Klopt dit adres?
de knieA1
diz
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
knippenA2
knipte · hebben geknipt
kesmek (makasla)
Ik laat morgen mijn haar knippen bij de kapper.

